Tussen maart en juni overleden 168.000 mensen meer in de Europese Unie (EU) dan gemiddeld over dezelfde periode in de voorgaande vier jaren, blijkt uit cijfers van Eurostat. Oversterftecijfers worden gezien als een van de betrouwbaardere manieren om de gevolgen van de coronapandemie in te schatten, omdat testbeleid per land kan verschillen.

Eurostat benadrukt dat het hier gaat om alle sterfgevallen en niet alleen om slachtoffers van het coronavirus. Toch zijn ze volgens het bureau "nuttig" om de directe en indirecte gevolgen van de pandemie voor de Europese bevolking te kunnen beoordelen.

Vergeleken met het gemiddelde aantal sterfgevallen van 2016 tot en met 2019, werden in de laatste twee weken van maart en de eerste week van april in Spanje meer dan twee keer zoveel sterfgevallen als normaal geregistreerd. De piek in oversterfte vond plaats in de veertiende week van het jaar, aan het einde van april. Toen kwamen er 36.000 mensen meer om dan verwacht.

In Nederland was er met zo'n tienduizend doden meer tussen eind maart en april sprake van meer dan 40 procent oversterfte. De hardst getroffen plaatsen in de EU waren het Italiaanse Bergamo en Segovia in Spanje, waar de coronapandemie flink heeft huisgehouden. Hier werd respectievelijk in de piekweken bijna negen en zes keer zoveel oversterfte gemeld.

Nederlandse 75-plussers meest kwetsbaar

96 procent van de totale oversterfte in de EU tussen maart en juni betrof zeventigplussers (161.000). In de vier voorgaande jaren kwam gemiddeld 76 procent van de sterftecijfers uit deze leeftijdsgroep.

Uit een analyse van de Eurostat-cijfers door NRC blijkt dat Nederlandse 75-plussers van halverwege maart tot eind mei tot de meest kwetsbare groepen behoorden. Alleen in het Verenigd Koninkrijk, Spanje en België was er per 100.000 75-plussers meer oversterfte dan in Nederland, schrijft de krant.

'Hard verband met beleid moeilijk te leggen'

Op het hoogtepunt vonden er binnen deze groep in Nederland zo'n 680 sterfgevallen plaats in een week, het dubbele van voorgaande jaren. Experts verklaren tegenover NRC dat het moeilijk is om hiervoor harde oorzaken aan te wijzen zoals overheidsbeleid, onder meer omdat veel factoren tussen landen verschillen.

Zo wonen er gemiddeld meer mensen in grotere groepen samen in Nederlandse verzorgingstehuizen dan in andere landen. Ook is de levensverwachting hoger, waardoor er meer kwetsbare 75-plussers zijn.