Tussen maart en juni zijn 10.067 mensen overleden aan de gevolgen van het coronavirus, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. Bij 7.797 sterfgevallen werd het virus vastgesteld door de behandelende arts en bij 2.270 overledenen gaf een arts aan dat COVID-19 de vermoedelijke doodsoorzaak was. Het dodental dat door het RIVM werd gemeld in deze periode, was veel kleiner: 6.115.

Van de 10.067 overledenen ontvingen er ruim 6.000 langdurige zorg - bijvoorbeeld mensen die in een verpleeghuis woonden, maar ook om mensen die thuiszorg ontvingen.

Ruim de helft van alle overledenen was man. De gemiddelde leeftijd van overleden mannen die positief testten op het virus was 79,7 jaar. Bij vrouwen was de gemiddelde leeftijd 83,8. Bij vermoedelijke coronaslachtoffers lag de gemiddelde leeftijd van mannen op 81,8 en bij vrouwen op 84,4.

In de periode van 2 maart tot en met 10 mei zijn bijna negenduizend meer mensen overleden dan in dezelfde periode vorig jaar. Deze oversterfte is volgens het CBS bijna volledig veroorzaakt door het coronavirus.

CBS meldt meer coronadoden dan RIVM

Het RIVM meldde in dezelfde periode 6.115 coronadoden. Dit verschil is volgens het CBS mogelijk doordat een patiënt niet positief getest was, maar volgens onderzoek van de arts wel COVID-19 had. Deze mensen worden niet opgenomen in de cijfers van het RIVM, maar wel in die van het CBS.

Ook kan het zijn dat een overledene die positief getest was niet meteen was gemeld bij de GGD en daardoor ontbrak in de cijfers van het RIVM.