De ANWB Alarmcentrale ontving in het zomerseizoen flink minder meldingen van Nederlanders die in de problemen zijn geraakt dan een jaar eerder. Het aantal hulpvragen van Nederlanders met pech in het buitenland daalde op jaarbasis met 35 procent. Het aantal ziektemeldingen viel zelfs 70 procent lager uit.

De ANWB meldt nooit concrete aantallen, maar laat wel weten dat het om "zeker vele duizenden meldingen" gaat.

Veel Nederlanders brachten de vakantie door in eigen land of vertrokken met de auto naar een vakantiebestemming dicht bij huis. De meeste pechmeldingen kwamen uit Frankrijk (35 procent), Duitsland (25 procent) en België (11 procent). Vanwege de coronapandemie wachtten veel vakantiegangers tot het allerlaatste met hun besluit om weg te gaan.

Hulpverleners van de ANWB Alarmcentrale kregen daardoor te maken met onvoorziene en wisselende omstandigheden. De zes Nederlandse wegenwachten die in populaire vakantiegebieden in Frankrijk actief waren, kregen gedurende de zomerweken ruim 340 auto's weer aan de praat.

Volgens de ANWB werd minder vaak melding van ziekte en persoonlijk letsel gedaan doordat veel minder Nederlanders in de zomervakantie naar bestemmingen buiten Europa zijn gereisd. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken raadt alle niet-noodzakelijke reizen buiten Europa af.

"Veel ziektemeldingen in een 'gewone zomer' hebben te maken met slecht eten of slechte watervoorzieningen", legt een woordvoerder uit. "Dat zijn problemen die zich in Europa veel minder voordoen dan in bijvoorbeeld Azië, Turkije of Marokko."

De meeste ziektemeldingen van deze zomer betreffen hartklachten, armletsel en buikklachten.