De rechtbank in Amsterdam heeft woensdag geoordeeld dat de mondkapjesplicht in delen van Amsterdam mocht worden opgelegd op basis van een noodverordening. Een lokale ondernemer gesteund door stichting Viruswaarheid had een kort geding aangespannen tegen de mondkapjesplicht.

De mondkapjesplicht werd op 5 augustus ingevoerd in delen van Amsterdam, maar ook in Rotterdam. De gemeenten besloten daartoe omdat het in de betreffende gebieden zeer lastig is om 1,5 meter afstand te bewaren vanwege de drukte.

Daarnaast willen beide gemeenten kijken of de mondkapjesplicht zorgt voor gedragsverandering bij mensen. Resultaten van dit experiment worden eind augustus verwacht.

Volgens Ab Gietelink, bewoner en cultureel ondernemer op de Amsterdamse Wallen en gesteund door de stichting Viruswaarheid, gaat de mondkapjesplicht in tegen artikel 10 van de Grondwet, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank in Amsterdam zegt daarover dat er "verschillend wordt gedacht over de vraag of de voorzitter van de Veiligheidsregio de noodverordening juridisch gezien mocht uitvaardigden", aldus de rechtbank. "Het is dus niet overduidelijk. Daarom komt de rechter, terughoudend toetsend, tot de conclusie: het is niet onrechtmatig."

Sprake van relatief kleine inbreuk

De rechtbank vindt verder dat eerdere maatregelen niet voldoende hebben geholpen om de 1,5 meter in de aangewezen zones te handhaven.

Daarnaast gaat het om "een relatief kleine inbreuk op het grondrecht van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer".

Amsterdam maakte dinsdag bekend mogelijk meer maatregelen te treffen door het oplopende aantal besmettingen. Tussen 5 en 18 augustus werden in de hoofdstad 1.418 besmettingen met het COVID-19-virus bevestigd, blijkt uit cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).