De introductieweken voor eerstejaarsstudenten moeten de komende weken zo veel mogelijk online plaatsvinden. Sommige fysieke activiteiten mogen in kleine groepen doorgaan.

Dit is donderdag bekendgemaakt tijdens de persconferentie van premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid), die gehouden werd vanwege de toename van het aantal coronabesmettingen.

"We trekken de teugels aan voor de introductieweken de aankomende tijd", aldus Rutte. Fysiek mogen introductieactiviteiten alleen doorgaan als het gaat om bijeenkomsten die "informatief van aard" zijn, bijvoorbeeld over de opzet van het studiejaar.

Ook is besloten dat studieverenigingen en studentensportverenigingen alleen fysieke activiteiten mogen organiseren als deze nodig zijn voor de introductie van de studie of sport. "Dat alles gebeurt zonder alcohol en met een eindtijd van 22.00 uur."

Voor deze fysieke activiteiten geldt dat er toestemming moet zijn van de leiding van de betrokken onderwijsinstelling en de voorzitter van de regionale veiligheidsregio. Als er geen toestemming wordt gegeven, moeten de activiteiten alsnog online gehouden worden.

Voor studentenverenigingen geldt dat zij hun introductieactiviteiten online moeten organiseren. Ze mogen fysiek geen nieuwe leden werven. Daarnaast mogen er ook geen ontgroeningen plaatsvinden.

Introductieweek vooral online, zonder drank, eindtijd 22.00 uur
68
Introductieweek vooral online, zonder drank, eindtijd 22.00 uur

Veel activiteiten van introductieweken al online

De organisatoren hadden de introductieweken, die de komende weken van start gaan, al anders vormgegeven vanwege de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. De meeste introductieweken vinden daarom al grotendeels online plaats.

Studentenorganisaties zien de kennismakingstijd dit jaar als een extra belangrijk deel van het studentenleven. "Juist als je onderwijs voornamelijk digitaal gaat zijn, moet je als eerstejaars de kans krijgen om je medestudenten, je stad en je hogeschool of universiteit te leren kennen", aldus de Landelijke Studentenvakbond (LSVb).

Volgens de landelijke en plaatselijke studentenorganisaties kunnen de fysieke activiteiten op een veilige en verantwoorde manier doorgaan dankzij nauw overleg tussen de onderwijsinstellingen, de gemeente, de GGD's en de veiligheidsregio's. Dit schreven ze eerder in een brief aan het kabinet.