In maart en april van dit jaar zijn 6.331 Nederlanders overleden bij wie het coronavirus via een test was vastgesteld, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag op basis van voorlopige cijfers over doodsoorzaken. Bij nog eens 1.965 overledenen gaven artsen aan dat ze vermoedelijk zijn overleden aan de gevolgen van het virus.

De cijfers zijn gebaseerd op verklaringen die bij het overlijden worden ingevuld door een arts en naar de gemeente worden gestuurd. In het geval van corona wordt onderscheid gemaakt tussen bevestigde COVID-19-sterfgevallen en vermoedelijke.

De eerste groep patiënten had een positieve testuitslag. De tweede groep patiënten is niet getest, maar daarbij heeft de arts de diagnose klinisch vastgesteld. De arts kijkt dan of de lichamelijke symptomen passen bij een besmetting. Dit gebeurde bijvoorbeeld in de verpleeghuizen, waar in het begin van de coronacrisis niet werd getest.

Bij beide groepen heeft het coronavirus (of het vermoeden van het virus) een cruciale rol gespeeld bij het overlijden. Als bijvoorbeeld een besmette persoon om het leven komt bij een verkeersongeval, dan wordt het virus dus niet als doodsoorzaak gemeld door de arts.

Het CBS heeft tot nu toe voor de maand april 94,8 procent van deze informatie ontvangen. Voor maart heeft het bureau al 97,6 procent verwerkt.

Cijfers komen overeen met de gemelde oversterfte

Sinds het begin van de coronacrisis houdt het CBS al de oversterfte bij aan de hand van kalenderweken. In de periode van 2 maart tot en met 26 april overleden er naar schatting ruim 8.300 mensen meer dan verwacht. Bij deze getallen was echter nog geen doodsoorzaak gegeven. Op basis van deze nieuwe cijfers blijkt dus dat deze oversterfte kan worden toegeschreven aan het coronavirus.

In deze specifieke periode overleden volgens de doodsoorzakenstatistieken 5.995 mensen bij wie het virus was vastgesteld en 1.891 mensen waarbij de arts heeft aangegeven dat het vermoedelijk om COVID-19 ging. Deze aantallen verschillen dus iets met de eerder genoemde aantallen over de volledige maand maart en april.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) registreerde op basis van GGD-meldingen in de periode van 2 maart tot en met 26 april minder bevestigde sterfgevallen dan het CBS nu doet, namelijk 4.890 tegenover 5.995.

Hiervoor worden twee mogelijke redenen gegeven. Zo kunnen artsen op basis van klinische diagnostiek COVID-19 hebben ingevuld bij bevestigde doodsoorzaak, in plaats van bij vermoedelijke doodsoorzaak. Ook kan het zijn dat overledenen bij wie een besmetting was vastgesteld op basis van een test niet allemaal zijn gemeld bij de GGD.