Een landelijke plicht om een mondkapje te dragen, komt er (voorlopig) niet, maar lokale overheden mogen wel experimenteren, zo werd woensdag duidelijk. Volgens deskundigen rechtsgeleerdheid is een verplichting in strijd met de Grondwet, zeker als de noodzaak hiervoor ontbreekt.

Burgemeesters van onder andere Rotterdam en Amsterdam riepen het kabinet op te kijken naar de mogelijkheid om mondkapjes buitenshuis verplicht te stellen. Dat idee werd niet overgenomen, maar maatregelen gericht op gedragsverandering zag minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge wel zitten. Intussen hebben beide gemeenten een mondkapjesplicht in delen van de stad aangekondigd.

"Onderdeel van deze maatregelen is het gebruik van niet-medische mondkapjes", schrijft De Jonge donderdag in een brief aan de Kamer. Hoe aan dergelijke experimenten invulling kan worden gegeven, wordt op korte termijn uitgewerkt.

Een verplichting tot het dragen van mondkapjes is volgens Jan Brouwer, hoogleraar Recht en samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen, in strijd met de Grondwet en daarom niet mogelijk.

Een mondkapje voorschrijven en zeker als dat om niet-medische redenen gebeurt, is volgens de hoogleraar hetzelfde als mensen verplichten een kledingstuk te laten dragen. Dat is volgens Brouwer in strijd met artikel 10 van de Grondwet, het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Brouwer wordt daarin gesteund door Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden en Jerfi Uzman, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Hoogleraar ziet alsnog een juridische mogelijkheid

Paul Bovend'Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit, ziet wel een juridische mogelijkheid, gebaseerd op de zogenoemde staatsnoodsituatie. "Een situatie waarin er sprake is van dusdanige nood, zoals bij een ramp of in dit geval een pandemie", aldus Bovend'Eert.

"Als er sprake is van een groot risico voor de volksgezondheid, gaan er andere regels gelden", vervolgt Bovend'Eert. "En dan kun je een mondkapjesplicht ook middels een noodverordening opleggen."

Brouwer heeft wel oog voor dit argument, "maar het is al onderuitgehaald door te stellen dat het doel een gedragsverandering onder de mensen is".

"Daarnaast is het 'staatsnoodrechtargument' inmiddels door het tijdsverloop achterhaald, omdat de wetgever ruimschoots de gelegenheid heeft gehad om dit gat in de wet te dichten", voegt de hoogleraar eraan toe verwijzend naar de duur van de huidige pandemie.

Waarom het OMT geen mondkapjesplicht adviseert
168
Waarom het OMT geen mondkapjesplicht adviseert

'Leg de bal bij de burgers'

De hoogleraar is overigens niet tegen een mondkapjesplicht, maar wel tegen een invoering zonder wettelijke basis. Die kan er komen met de invoering van de zogenoemde coronawet, maar die laat nog zeker tot 1 oktober op zich wachten.

In het openbaar vervoer kon wel een mondkapjesplicht ingevoerd worden op basis van een een bijzondere bepaling in de Wet personenvervoer. Op grond daarvan kan een vervoerder deze eis stellen.

Winkeliers, hoteliers, restauranthouders, besturen van sportverenigingen en anderen kunnen zelf wel eisen dat bezoekers en gasten een mondkapje dragen. Zij hebben die mogelijkheid onder meer op basis van het eigendomsrecht, vertelt Brouwer.

Hij snapt dan ook niet waarom de bal niet bij de burger wordt neergelegd. "Spreek uit dat een mondkapjesplicht vanuit de overheid op dit moment niet mogelijk is, maar dat burgers deze bevoegdheid wel hebben", aldus de hoogleraar.

Met een dringend advies bereik je volgens hem misschien veel meer. "Het handen schudden verbieden we ook niet van overheidswege. Wie doet het nog?"