Nederlanders lijken het steeds lastiger te vinden om 1,5 meter afstand tot anderen te houden, blijkt uit een groot gedragsonderzoek rondom de coronamaatregelen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onder ruim 50.000 mensen.

Ongeveer de helft van de deelnemers zegt de afgelopen week op een locatie te zijn geweest waar het te druk was om 1,5 meter afstand te houden. Vooral in de supermarkt, in de horeca, bij culturele gelegenheden en tijdens het buiten sporten wordt er minder afstand gehouden. Het RIVM benadrukt dat dit ook de plekken zijn waar op dit moment veel nieuwe infecties plaatsvinden.

28 procent van de ondervraagden zegt zelden of nooit te dicht in de buurt van vrienden of familie te komen. 62 houdt dus lang niet altijd 1,5 meter afstand. Na het eerste gedragsonderzoek in april zei nog 63 procent van de deelnemers dat zij voldoende afstand hielden.

Het RIVM doet in samenwerking met de GGD's sinds april onderzoek naar de mate waarin Nederlanders de gedragsregels rondom het COVID-19-virus naleven. Het onderzoek vond eerst iedere drie, en nu iedere zes weken plaats.

De onderzoekers benadrukken dat de resultaten een indicatie geven, maar dat deze niet als representatief voor de hele Nederlandse bevolking beschouwd kunnen worden.

Aan het recentste gedragsonderzoek deden 50.465 mensen mee. De deelnemers zijn zestien jaar of ouder; vrouwen (61 procent) en mensen met een hoog opleidingsniveau zijn iets oververtegenwoordigd en slechts 1,4 procent van de deelnemers is jonger dan 25.

Testbereidheid nog steeds relatief klein

Sinds het vorige gedragsonderzoek is het aantal mensen met klachten dat bereid is zich te laten testen toegenomen. Toch is dit aantal nog steeds klein: slechts 19 procent van de deelnemers met coronaklachten liet zich testen. Drie weken eerder was dat 13 procent. Wel zegt drie kwart van de mensen zonder klachten zich te laten testen als zij klachten ontwikkelen.

Een groot gedeelte volgt volgens het RIVM het advies om bij klachten thuis te blijven niet op. 89 procent van de Nederlanders met klachten heeft in die periode boodschappen gedaan, 63 procent heeft vrienden of familie gezien en ongeveer de helft van de deelnemers met klachten is gaan werken.

Zo'n twee derde van de deelnemers houdt inmiddels sterk rekening met een tweede golf. Dat is een stijging van 6 procent ten opzichte van het vorige onderzoek.