Afweerstoffen tegen het coronavirus verdwijnen na een paar maanden al uit het bloed, bleek deze week uit Brits onderzoek dat nog niet officieel beoordeeld is. De resultaten lijken het idee van groepsimmuniteit te ondermijnen, maar virologen nuanceren de bevindingen.

Volgens de Britse onderzoekers is de werking van eventuele vaccins onzeker. Het verdwijnen van antistoffen kan patiënten namelijk opnieuw vatbaar maken voor het coronavirus. Nederlandse virologen maken zich geen zorgen.

Arts, bioloog en viroloog Coretta van Leer-Buter van het UMCG zegt direct dat ze "totaal niet onder de indruk" is van de resultaten. "Ook bij andere ziektes verdwijnen antistoffen snel."

Volgens de deskundige zijn andere elementen van het immuunsysteem, zoals cellen die geïnfecteerde cellen bestrijden én het deel van het immuunsysteem dat van elke infectie kan leren, nog belangrijker. Het "geheugen" van het immuunsysteem kan er bijvoorbeeld al voor zorgen dat een mens bij een tweede infectie veel minder ziek wordt.

"Normaliter worden alle onderdelen van het immuunsysteem geactiveerd na een infectie", vervolgt de viroloog. "Echter worden antistoffen door onderzoekers vaak als graadmeter gebruikt, omdat zij makkelijker zijn om te meten. Er is weinig bloed nodig en het proces is niet zo ingewikkeld."

'Ook zonder antistoffen kan je bewapend zijn tegen COVID-19'

Van Leer-Buter legt uit dat, hoewel iemand geen antistoffen heeft, nog wel beschermd kan zijn tegen COVID-19. "In Zweden toonde een studie aan dat personen met milde infecties nooit antistoffen hebben aangemaakt, maar wel cellen hadden die de infectie doden."

Wat volgens haar de vraag blijft, is of die groep wel beschermd is tegen allerlei soorten COVID-19-infecties. "Iemand die een heftige infectie heeft meegemaakt en antistoffen daarvoor heeft aangemaakt, is misschien minder goed voorbereid op een milde infectie, waarbij het virus alleen een verkoudheid veroorzaakt. Dat prikkelt het immuunsysteem waarschijnlijk tot een mildere afweerreactie."

Viroloog Marion Koopmans sluit zich aan bij het verhaal van haar vakgenoot. Volgens Koopmans wisten virologen al dat antistoffen snel afnamen na een COVID-19-infectie, doordat bijvoorbeeld bloedbank Sanquin soortgelijke resultaten behaalde met andere onderzoeken.

Koopmans stelt dat het nieuws eigenlijk alleen slecht is voor het team van Sanquin dat bloed verzamelt van mensen die geïnfecteerd waren, omdat het plasma geïnfecteerden zou kunnen helpen. Als afweerstoffen snel verdwijnen, kan dat funest zijn voor de verzameling, redeneert Koopmans.

'De vraag is of mensen na een eerste infectie sneller antistoffen aanmaken'

"Vanuit het virologische oogpunt wil je weten of mensen, als zij eerder geïnfecteerd zijn en opnieuw een besmetting oplopen, nu sneller antistoffen aanmaken en zichzelf beschermen", aldus Koopmans. Volgens de deskundige is er één studie tot dusver die de denkwijze onderbouwt.

Vakgenoot Hanneke Schuitemaker stelt ook dat er nog wat haken en ogen zitten aan de conclusies van het Britse onderzoek. "Wel had je als viroloog uiteraard gehoopt dat de antistoffen veel langer in het bloed zouden blijven."

Volgens Schuitemaker moet er echter geen verband gezocht worden tussen de afweerstoffen en de effecten van eventuele vaccins. "Dat moet afgewacht worden. Mogelijk is de oplossing dat we vaker gaan vaccineren, om toch groepsimmuniteit te bewerkstelligen."