Zorginstituut Nederland (ZIN) stelt in een maandag gepubliceerd spoedadvies dat gezondheidsminister Tamara van Ark de herstelzorg voor ernstig zieke COVID-19-patiënten tijdelijk ruimer moet vergoeden vanuit de basisverzekering.

Het gaat niet alleen om patiënten die zorg hebben gekregen op de intensive care, maar ook om Nederlanders die op reguliere ziekenhuisafdelingen geholpen zijn of thuis ernstig ziek waren.

COVID-19-patiënten kunnen in de herstelfase lang hinder ondervinden van de infectie. Het zorginstituut schrijft over spierkracht- en conditieverlies, benauwdheidsklachten en andere klachten door complicaties bij COVID-19.

Veel klachten kunnen verholpen worden door fysio- of oefentherapeuten, een logopedist of ergotherapeuten. Maar de zorg wordt vrijwel niet vergoed vanuit het basispakket, waardoor patiënten veel kosten voor eigen rekening moeten nemen.

Als minister Van Ark het advies van het Zorginstituut overneemt, kunnen herstellende patiënten straks zes maanden aanspraak maken op de zogeheten paramedische zorg. Dat kan met zes maanden verlengd worden als een medisch specialist dat noodzakelijk acht.

Ook kan het behandeltraject na drie maanden gestopt worden, mocht de zorg niet meer noodzakelijk zijn. Volgens het Zorginstituut zou het plan op jaarbasis bijna 28 miljoen euro kosten.

'Mensen kunnen langdurig ziek blijven'

Volgens adviseur Harald Miedema van het Zorginstituut is het niet eerlijk dat veel patiënten momenteel zelf de zorgkosten moeten betalen. In gesprek met NPO Radio 1 zegt Miedema dat er nog veel onduidelijk is over het virus, maar dat wél duidelijk is dat patiënten langdurige klachten eraan kunnen overhouden.

Van Ark trad donderdag aan als minister voor Medische Zorg. Haar voorganger, Martin van Rijn, had ZIN gevraagd om met een voorstel te komen voor ruimere vergoeding van de herstelzorg na een corona-infectie.

Als het voorstel wordt overgenomen, kunnen herstellende patiënten binnen een half jaar een beroep doen op vijftig behandelsessies door een fysio- of oefentherapeut, gepaard met acht behandeluren ergotherapie en zeven uur advies van een diëtist.