Het gaat het kabinet niet lukken om de coronaspoedwet op 1 juli in te voeren. De wet is omstreden, omdat die het kabinet voor een lange periode de mogelijkheid geeft om buiten het parlement om coronamaatregelen aan te scherpen of te versoepelen. Wat staat er in deze coronawet en wat is de verdere kritiek?

1,5 meter afstand, het beperken van samenkomsten en andere coronamaatregelen die zijn bedoeld om de verspreiding van het virus tegen te gaan, hebben een verregaande impact op het dagelijks leven. Deze regels zijn op dit moment vastgelegd in noodverordeningen die zijn vastgesteld door de voorzitters van de veiligheidsregio's.

Normaal gesproken zet het lokale gezag noodverordeningen in om snel te kunnen ingrijpen als wordt gevreesd dat de openbare orde in gevaar komt. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het geval van een ramp. Noodverordeningen zijn zware middelen en daarom is het niet de bedoeling dat ze lang van kracht blijven. Er zit immers geen democratische controle op, iets waar de Raad van State zich eerder al kritisch over uitliet.

Het kabinet werkt daarom aan een voorstel om de inperkingen van de grondrechten wettelijk te verankeren. De regels worden op die manier volgens een regulier democratisch proces in het parlement behandeld. Volgens de planning had de spoedwet voor 1 juli in werking moeten treden, maar minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid) schrijft vrijdag in een brief aan de Kamer dat dit niet gaat lukken. "Een zorgvuldige behandeling in de Tweede en Eerste Kamer vergt tijd en aandacht." Want er is kritiek, en fors ook.

Kritiek: wet gaat te ver en zet parlement alsnog buitenspel

Volgens Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, werpt het wetsvoorstel Nederland terug naar de tijd van Willem I. "Deze wet is faustiaans, je verkoopt je democratische ziel voor volksgezondheid."

Hij ziet dat de coronawet de minister te veel macht geeft om regels aan te scherpen of te versoepelen, zonder goedkeuring van het parlement. "Deze wet gaat veel te ver."

"De minister kan een jaar lang bij decreet besturen en maakt dat de Kamer niet kan meepraten over het coronabeleid", aldus de staatsrechtgeleerde. "Nu de grootste nood is gekeerd, moet het parlement meepraten hoe we ons voorbereiden op een tweede golf. Wat doen we met samenkomsten thuis of kerkdiensten?"

De Jonge over coronaspoedwet: '1,5 meter laten varen geen optie'
64
De Jonge over coronaspoedwet: '1,5 meter laten varen geen optie'

'Kamer zal strenge beperkingen aan wet toevoegen'

Voermans verwijst onder meer naar de mogelijkheden die de wet de politie geeft om in de huiskamers te controleren of mensen zich aan de coronaregels houden. "Dat kan op dit moment al, maar dat is in strijd met de grondwet. Daarom moet er een wet komen waar het parlement zich over kan buigen." De hoogleraar verwacht dat de Kamer hier strenge waarborgen en beperkingen aan zal toevoegen.

De Raad voor de rechtspraak vindt de wet nog te vaag. Die onduidelijkheid is niet alleen voor burgers een probleem, maar ook voor handhavers en rechters. "Het is belangrijk dat bepalingen helder zijn, omdat anders het risico op ongelijke toepassing en daarmee rechtsongelijkheid bestaat." De kritiek wordt gedeeld door de Nationale ombudsman Reinier van Zutphen.

De Nederlandse Orde van Advocaten is kritisch op de duur van de wet, die een jaar - met de mogelijkheid tot verlenging - van kracht zal zijn. De wet is volgens de beroepsorganisatie te ingrijpend, van te lange duur en leidt tot een te verregaande inperking van grondrechten.

'Kabinet moet voorstel beter onderbouwen'

Ook het College voor de Rechten van de Mens heeft aanmerkingen. Het college vraagt zich af of minder ingrijpende maatregelen zijn onderzocht en ziet dat het kabinet onvoldoende motiveert waarom de coronamaatregelen in de wet verankerd moeten worden. "Het College adviseert deze afweging concreter en preciezer te maken door uitvoeriger te onderbouwen."

De gemeenten zijn het er ook niet mee eens, omdat volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Genootschap van Burgemeesters het lokaal bestuur wordt overgeslagen. De organisaties zien te weinig mogelijkheden om bij te sturen en missen de democratische goedkeuring op lokaal niveau.

Voorstel voor zomer afgerond

Meerdere partijen in de Tweede Kamer trokken in de afgelopen weken aan de bel. Coalitiepartij D66 vindt het wetsvoorstel op dit moment onvoldoende. De lange duur van de wet en de verregaande macht van de minister van Volksgezondheid om nieuwe regels op te stellen zonder tussenkomst van de Kamer zijn volgens de partij de grootste knelpunten. Ook het CDA en de ChristenUnie zijn bezorgd.

Bij de oppositie is evenmin draagvlak voor de nieuwe wet. De partijen vragen om meer tijd voor een deugdelijke wetsbehandeling. Die tijd krijgt de Kamer. Minister De Jonge (Volksgezondheid) zei vrijdag na afloop van de ministerraad dat er geluisterd is naar de kritieken en dat de wet is aangepast. Het voorstel zal voor de zomer af zijn. "Het is aan de Kamer wanneer het de wet wil behandelen."