Nederlandse ziekenhuizen hebben voortijdig een onderzoek naar de antimalariamiddelen chloroquine en hydroxychloroquine beëindigd. Voor de studie werden enkele coronapatiënten behandeld met deze middelen. De middelen leken aanvankelijk klachten van coronapatiënten te kunnen verminderen, maar uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de medicijnen geen dergelijk effect hebben.

Het landelijke onderzoek ging medio april van start. In meerdere landen werd toen al geëxperimenteerd met de antimalariamiddelen. Positieve signalen over de werking bij coronapatiënten verspreidden zich razendsnel.

Als het gebruik van chloroquine en hydroxychloroquine de klachten echt deed verminderen, dan zou de druk op de intensivecareafdelingen afnemen, redeneerden Nederlandse gezondheidsexperts.

Beide middelen werden opgenomen in de Nederlandse behandelrichtlijn voor COVID-19, hoewel de werking nog niet wetenschappelijk bewezen was. De vele aanwijzingen dat de medicijnen konden helpen en omdat er überhaupt nog geen middel tegen COVID-19 is, waren voldoende redenen om de middelen toch in te zetten.

Onderzoek werd al eens beëindigd vanwege publicatie in The Lancet

Het onderzoek naar de effectiviteit van chloroquine en hydroxychloroquine werd twee weken geleden al voor een korte tijd stilgelegd. In een publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet werd gewaarschuwd voor de negatieve bijwerkingen die tot meer sterfgevallen zouden leiden.

Die conclusie werd later ingetrokken, omdat er twijfels over de gebruikte data waren en Engelse wetenschappers in een grootschalige studie de conclusie onderuithaalden. Zij onderzochten duizenden patiënten die wél met de antimalariamiddelen behandeld zijn en duizenden patiënten die een standaardbehandeling kregen.

De verschillen tussen sterftepercentages bleken echter verwaarloosbaar. Bovendien moeten Nederlandse onderzoekers nog veel meer patiënten onderzoeken om een betrouwbare conclusie te kunnen trekken, terwijl er amper nog patiënten worden opgenomen in het ziekenhuis. Mede daarom is het Nederlandse onderzoek voortijdig beëindigd.

Hoop nu gevestigd op middel remdesivir

Wetenschappers vestigen nu hun hoop op het middel remdesivir, een middel dat ontwikkeld werd om ebolapatiënten te behandelen, maar nooit werd goedgekeurd omdat het niet effectief genoeg bleek.

Het medicijnagentschap EMA heeft deze week een volgende stap genomen in een begin mei gestarte versnelde procedure die het middel onder de loep neemt.

Wetenschappers komen nu met een beoordeling en kunnen remdesivir onder meer goedkeuren, afwijzen of concluderen dat aanvullende studies noodzakelijk zijn, vertelde een woordvoerder van het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) in gesprek met NU.nl. Binnen enkele weken wordt uitsluitsel verwacht.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.