Nederland speelt opnieuw een hoofdrol in de Europese politiek. Premier Mark Rutte is het gezicht geworden van de 'zuinige vier'. Samen met Denemarken, Oostenrijk en Zweden trapt hij op de rem als er plannen verschijnen die ogenschijnlijk te makkelijk geld vrijmaken, waar vooral Zuid-Europa gebruik van maakt, om de economische gevolgen van de coronacrisis te bestrijden. Is die houding terecht?

Het kabinet liet in de discussies over een Europees noodpakket geen mogelijkheid onbenut om te benadrukken dat je verstandig met geld moet omgaan.

De bedragen zijn namelijk opgehoest door de Nederlandse belastingbetaler die, zoals minister Wopke Hoekstra van Financiën onlangs zei, "de afgelopen jaren heel veel hervormingen heeft doorgemaakt".

Er zijn inmiddels drie initiatieven voor noodhulp. De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron denken aan 500 miljard euro, de Europese Commissie lanceerde woensdag het plan om 750 miljard uit te geven en de 'zuinige vier' hadden ook een voorstel, maar noemden geen bedragen.

Het Nederlandse huishoudboekje lag er voor de corona-uitbraak prima bij. Daar werd ook door Rutte de laatste tijd regelmatig met trots op gewezen. "Ik ben toch blij dat we de afgelopen jaren een beetje op de centjes hebben gelet", zei de premier eind april in een Kamerdebat.

Dat Nederland goedkoop geld leent en bij sommige leningen zelfs rente toe krijgt, is te danken aan een betrouwbaar, zorgvuldig opgebouwd imago waar geldverstrekkers maar wat graag aan uitlenen.

Italië heeft al jaren een te hoge schuld

Dat geldt niet voor alle EU-lidstaten. Een eerste blik op de staatsschuld van Italië leert ons dat het land deze eeuw niet in de buurt is gekomen van wat er Europees is afgesproken. De afgelopen dertig jaar was de schuld boven de 100 procent, terwijl de afspraak is dat deze richting de 60 procent moet gaan.

Bij de eerste tekenen van een crisis schiet de rente dan ook omhoog. Vooralsnog worden die renteverschillen enigszins in toom gehouden door de massale opkoopprogramma's van de Europese Centrale Bank (ECB).

Onder andere Italië, het land dat hard is getroffen door het virus, vraagt om giften in plaats van leningen en wil geen hulp waar strenge voorwaarden aan verbonden zijn. Juist nu moet de EU solidair zijn, vindt het Zuid-Europese land.

Maar een gebrek aan begrotingsdiscipline speelt een belangrijke rol bij de Nederlandse zuinigheid. Het kabinet wil niet dat landen financieel worden beloond omdat ze zich niet aan de regels houden met bijvoorbeeld de invoering van eurobonds, het gezamenlijk uitgeven van schulden.

Het werd aan het begin van deze regeerperiode zelfs expliciet opgeschreven in het regeerakkoord: geen verdere stappen richting een transferunie.

'Nederland had eerst solidair moeten zijn'

Daar is het kabinet op blijven hameren, tot grote ergernis van veel ander lidstaten. "Nederland heeft dat onhandig gedaan. Dat heeft Hoekstra ook erkend", zegt Amy Verdun, hoogleraar Europese politiek en economie in Leiden.

"In de vroege fase van de virusuitbraak had Italië het heel erg moeilijk. Je had eerst de solidariteitskaart moeten spelen en daarna pas zeuren over details voor noodhulp."

Je kunt je tegelijkertijd afvragen of het solidair is om voor een financieel instrument te vragen waarvan je weet dat andere lidstaten er niet op zitten te wachten. Verdun: "De Italianen spelen erg in op de onhandigheid van het Nederlandse kabinet. Dat is een beetje flauw, want ze weten dat het in Nederland, en in andere landen, gevoelig ligt."

'Nederlandse EU-afdracht peanuts vergeleken met wat we aan export verdienen'

Gezonde overheidsfinanciën zijn niet alleen te danken aan streng toezicht op inkomsten en uitgaven. Het geld moet ergens vandaan komen en dat is in het geval van Nederland voor een groot deel van de handel met de EU.

"Als er één land is dat profiteert van de open grenzen, dan is het Nederland", zegt Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). "Kijk bijvoorbeeld naar de landbouw. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste landbouwexporteur van de wereld."

Jaar in jaar uit is er sprake van een handelsoverschot. Dat betekent dat er meer geld binnenkomt vanwege de export dan dat we betalen aan import. "De afdracht die Nederland aan de Europese Unie betaalt is peanuts vergeleken met wat we aan export verdienen", aldus Van Mulligen.

'Handig om rijke buren te hebben'

Neem de handel met Italië bijvoorbeeld, daar werd het afgelopen jaar zo'n 9 miljard euro aan verdiend, blijkt uit cijfers van het CBS. De balans is al jaren zo'n 10 miljard euro in het voordeel van Nederland. Is dat ook niet een mate van transferunie? "Het is de vraag die steeds terugkomt: wat streep je tegen elkaar weg?", zegt Verdun.

Twee derde van de totale export gaat naar EU-landen, vorig jaar goed voor 116 miljard euro. Geen uitzonderlijk hoog bedrag. Hoewel een goede handelsgeest geen natuurverschijnsel is, heeft Nederland ook een beetje geluk met de geografische ligging, zegt Van Mulligen. "Nederland kan met de Rotterdamse haven makkelijker handeldrijven dan bijvoorbeeld Oostenrijk of Hongarije, landen die niet grenzen aan de zee."

Kortom, Nederland heeft baat bij een sterke EU. Van Mulligen: "Het is handig om rijke buren te hebben."

Naast het economische vraagstuk speelt ook de diplomatie een belangrijke rol. "Nederland is tot nu toe duidelijk maar niet empathisch geweest", zegt Verdun. "Op welk moment maak je welk gebaar? Dat heeft Nederland nog niet goed begrepen en wordt je niet in dank afgenomen. De Britten lagen ook regelmatig dwars, maar dat was zelden onaangenaam. Dat deden ze met grappen en charme."

De clou, zegt Verdun, is de ander te begrijpen. "Daar valt winst te behalen."