Sinds het begin van de corona-uitbraak in Nederland is de oversterfte relatief hoger bij mensen met een migratieachtergrond dan bij mensen zonder zo'n achtergrond, blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Tijdens de eerste zes weken van de uitbraak overleden 38 procent meer mensen met een Nederlandse achtergrond. Dit lag relatief hoger voor mensen met een niet-westerse (47 procent) en westerse migratieachtergrond (49 procent). Onder mensen met een westerse migratieachtergrond vallen bijvoorbeeld seizoenswerkers uit Oost-Europa.

Het CBS publiceerde vrijdag de oversterftecijfers van de eerste zes weken van de corona-uitbraak. Sinds de uitbraak zijn bijna negenduizend mensen meer overleden dan gebruikelijk zou zijn voor deze periode.

Van deze negenduizend sterfgevallen hadden 1.260 mensen een migratieachtergrond. Dat komt neer op 14 procent, terwijl ruim 24 procent van de bevolking in Nederland een migratieachtergrond heeft.

Verschillen groot in VS en VK

De verschillen zijn daarmee minder groot dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar de Afro-Amerikaanse gemeenschap onevenredig hard wordt getroffen door het virus. Zij zouden drie keer zoveel kans hebben te overlijden door de gevolgen van het virus.

Ook in het Verenigd Koninkrijk lijken mensen met een migratieachtergrond kwetsbaarder voor het virus. Zij worden relatief vaker opgenomen opgenomen in het ziekenhuis met COVID-19. De Britse overheid onderzoekt momenteel hoeveel vaker mensen uit deze groep komen te overlijden door de gevolgen van het virus.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.