Moeten de sportscholen wel of niet open? Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) wil nog drie maanden wachten vanwege het grote verspreidingsrisico, de sportbranche is ongeduldig en zegt dat fysieke en mentale vitaliteit juist tijdens deze coronacrisis belangrijk is. Wie heeft er gelijk? Vier experts spreken zich uit.

Het RIVM vindt voor buiten sporten het risico "beheersbaar", stelt een woordvoerder desgevraagd. "Als sporters de algemene veiligheidsregels in acht nemen, zoals het houden van de juiste afstand, dan is er niets op tegen om buiten te sporten."

Maar overdekt sporten, in welke vorm dan ook, is een ander verhaal. "Er is simpelweg nog onvoldoende bekend over de risico's van binnen sporten - denk bijvoorbeeld aan de ventilatie in een gym."

Het Outbreak Management Team (OMT) van de overheid moet zich hier nog over uitspreken. Het is niet bekend wanneer dit onderwerp op de overvolle agenda staat.

Sportscholen boos: 'Stop met politiek bedrijven'
281
Sportscholen boos: 'Stop met politiek bedrijven'

'Meer activiteit betekent meer uitstoot van druppels'

Hoogleraar immunologie Ger Rijkers van de University College Roosevelt juicht deze strenge aanpak toe. "Sportscholen doen net alsof zij vergelijkbaar zijn met kappers", zegt Rijkers.

"Maar dit is niet het geval. Het doel van bezoekers van een sportschool is om zo actief mogelijk te zijn. En hogere inspanning betekent dat je meer en krachtige druppels uitademt waar het virus in kan zitten." Het gaat dus met klem niet om de uitstoot van zweet, want voor zover bekend verspreiden virussen zich niet via zweetdruppels.

'Als je buiten sport: ga met mond naar muur toe staan'

Buiten sporten is overigens wel een optie, beaamt immunoloog Rijkers. Maar ook dan moet heel goed rekening worden gehouden met de reikwijdte van vocht dat wordt uitgestoten bij het sporten.

"Flinke fysieke inspanning met een mondkapje op gaat niet", legt hij uit. "Dus zoek een plek waarvan je zeker weet dat je adem geen andere mensen kan bereiken, bijvoorbeeld voor een muur. Als je voor de deur van een sportschool gaat staan, is de kans vrij groot dat je onbewust toch voorbijgangers onder sproeit en dus in gevaar brengt."

Hoogleraar fysiologie Maria Hopman van de Radboud Universiteit heeft minder begrip voor het standpunt van de overheid. "Het klopt dat er veel nog niet bekend is", erkent ze. "Maar je kan niet verantwoorden dat de IKEA wél open kan en een sportschool niet. Natuurlijk zullen gymeigenaars de regels van het RIVM in acht moeten nemen en alle apparaten na gebruik schoon moeten maken. Maar alle bedrijven in Nederland moeten daar op dit moment creatief in zijn."

'Raar dat sporttrainers niet bij vitale beroepen zitten'

Voor Hopman weegt het zwaarder dat Nederland na twee maanden thuiszitten veel behoefte heeft aan bewegen. "Het verbaast mij oprecht dat trainers en coaches niet tot de vitale beroepen worden gerekend", zegt ze.

"Niemand kan betwisten dat sportscholen bijdragen aan het fysiek en mentaal gezond houden van mensen. Dat belang mag niet worden onderschat, zeker niet als deze beperkende maatregelen nog maanden gaan duren. Het is bewezen dat fitte mensen een beter immuunsysteem hebben."

'Bevorder meer het sporten in kleine groepen'

Bewegingswetenschapper Laura Cuijpers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) snapt dat de afweging tussen twee belangen lastig is. "Het belang van het minimaliseren van het risico op verspreiding tussen mensen is groot", stelt ze.

"Maar het belang van bewegen voor de gezondheid óók. Bewegen is niet alleen een belasting van een lichaam, maar kan een sociale activiteit zijn die je met anderen deelt. Ook deze sociale kant van bewegen is erg belangrijk, zeker nu het aantal interacties die mensen normaal gesproken hebben, drastisch beperkt is."

Zij stelt dat sporten op kleinere schaal prioriteit zou moeten krijgen boven sportscholen met een grotere doorloop van verschillende mensen. "Denk aan sporten in verenigingsverband waarbij in vaste groepen wekelijks met dezelfde mensen wordt getraind - uiteraard met voldoende afstand en het steeds schoonmaken van oefenmateriaal. Op die manier kan er samen gesport worden, beperk je toch het aantal verschillende mensen dat contact heeft en blijft het overzichtelijker om alles goed schoon te maken."

'Benieuwd of mensen wel durven komen in coronatijd'

Ook sportpsycholoog Vana Hutter van de Vrije Universiteit Amsterdam beklemtoont vooral het belang van sporten voor de fysieke en mentale gesteldheid van de Nederlanders in deze lastige tijden. Maar zij is ook benieuwd of hobbysporters zich al over 'corona-angst' heen kunnen zetten.

"Het coronavirus staat niet in het standaard rijtje met mogelijke redenen om niet te gaan sporten", legt ze uit. "Maar angst en onzekerheid leiden zeker tot vermijdingsgedrag. Daar is weinig aan te veranderen, hoe vaak er ook wordt schoongemaakt. Je gaat ook niet 's avonds hardlopen in een park of buurt die onveilig voelt."

De sporters die belang hechten aan het oordeel van het RIVM zullen op z'n minst blijven wachten met sporten in groepsverband tot de overheid zegt dat het wél veilig is, stelt Hutter. "Maar andersom geldt dat net zo goed. Mensen die zich nu al veilig voelen, zullen zich niet door de overheid laten overtuigen dat het niet veilig ís. Denk maar terug aan al die volle stranden een paar weken geleden, terwijl het advies toen heel duidelijk was om de isolatie bijzonder serieus te nemen."

Dit gaat in Nederland fout met de belangrijkste hygiëneregels
89
Dit gaat in Nederland fout met de belangrijkste hygiëneregels

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.