Families van Britse medici die aan de zogeheten frontlinie het coronavirus bestrijden en uiteindelijk zelf aan COVID-19 bezwijken, worden gecompenseerd met 60.000 pond (omgerekend bijna 69.000 euro), maakt de Britse minister van Gezondheid Matt Hancock maandag bekend.

Tijdens een persconferentie vertelde Hancock dat tot dusver negentig medewerkers van het Britse gezondheidsstelsel, de NHS, zijn overleden. Ook families van zestien andere hulpverleners worden gecompenseerd: in totaal wordt er al 7,3 miljoen euro uitgekeerd aan de getroffen families.

De overleden zorgmedewerkers worden daarnaast aanstaande donderdag om 11.00 uur (lokale tijd) herdacht met een minuut stilte in heel het land. Een woordvoerder van premier Boris Johnson vertelt in gesprek met BBC News dat hij hoopt op een bijdrage van "heel het Verenigd Koninkrijk".

Johnson was zelf maandag voor het eerst weer aan het werk, nadat hij was opgenomen op de intensive care met een hardnekkige coronabesmetting. Hij kondigde aan dat maatregelen voorlopig nog niet versoepeld worden. In het land zijn tot dusver 21.092 personen overleden en zijn meer dan 150.000 coronabesmettingen vastgesteld.

'Deze helden konden niet thuisblijven, zoals anderen wél kunnen'

Secretaris-generaal Donan Kinnair van het Royal College of Nursing is positief gestemd over de getroffen regeling voor familieleden. "Deze helden konden niet genieten van andermans luxe en moesten hun huis verlaten, terwijl zij hun levens riskeerden. Hun inspanningen moeten erkend worden."

Het is niet duidelijk of er in Nederland zorgmedewerkers zijn overleden aan de gevolgen van het coronavirus. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) rapporteerde medio april dat ongeveer 30 procent van alle coronabesmettingen zijn vastgesteld bij zorgmedewerkers, mede doordat er bij hen intensiever wordt getest.

Het is niet duidelijk of familieleden van hen door de overheid gecompenseerd worden, mochten zij komen te overlijden aan COVID-19.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.