Gemeenten moeten coulant omgaan met de toekenning van de bijstandsregeling voor zelfstandigen die in de problemen zijn gekomen door de coronacrisis. Bij de berekening van de uitkering moet alleen worden gekeken naar het werk dat is verricht in de maanden waarvoor de compensatie is bedoeld, vindt de Tweede Kamer.

Zzp'ers die door de coronacrisis inkomsten verliezen, kunnen voor de maanden maart, april en mei met terugwerkende kracht gebruikmaken van de bijstandsregeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Hiermee kunnen zij hun inkomen aanvullen tot bijstandsniveau.

Een aantal gemeenten houdt bedragen die in maart zijn uitbetaald voor werk dat in februari is verricht, in op de Tozo-uitkering. Het gaat om zzp'ers die werken met betalingen via facturen.

Dat moet stoppen, vindt de Kamer. Een oproep van D66-Kamerlid Steven van Weyenberg aan het kabinet om hierover met gemeenten in gesprek te gaan werd onderschreven door VVD, CDA, ChristenUnie, GroenLinks, PvdA en SGP.

De partijen vrezen dat zzp'ers hierdoor te weinig geld overhouden aan het einde van de maand. Bovendien zou het leiden tot onduidelijkheid en onzekerheid bij zelfstandigen die bang zijn fouten te maken in hun uitkeringsaanvraag.

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken) gaat ermee aan de slag, zei ze dinsdag in de Kamer. "Het is logisch dat ondernemers die werken op factuurbasis alleen inkomens hoeven te verrekenen waarvoor werk is verricht in de maanden maart, april en mei."

Zzp'ers kunnen tot maximaal 1.500 euro per maand aanvragen

Zzp'ers kunnen bij hun gemeente tot 1 juni aankloppen als zij door de coronacrisis verwachten dat hun inkomsten de komende drie maanden lager zijn dan het sociaal minimum (bijstandsniveau).

Dat betekent dat het inkomen van alleenstaanden wordt aangevuld tot maximaal 1.050 euro per maand en voor gehuwden en samenwonenden tot maximaal 1.500 euro (beide bedragen zijn netto). Het gaat hier om een gift. Het kabinet heeft hier bijna 4 miljard euro voor gereserveerd.

De Tozo-regeling is erop gericht om snel en simpel uit te voeren. Dat betekent dat er niet wordt gekeken naar de levensvatbaarheid van de onderneming en heeft het inkomen en het vermogen, zoals spaargeld en huisbezit, van de partner geen invloed op de toekenning.

Als voorwaarden wordt gesteld dat het werk vooral in Nederland moet plaatsvinden en de aanvragers moeten het afgelopen jaar hebben voldaan aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek (1.225 uur per jaar, 24 uur per week).

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.