De werkzaamheden van de negentig vervoersbedrijven in Nederland worden sterk beperkt door de maatregelen tegen het coronavirus. Hoe bereiden ze zich voor om hun werk te doen in de 'anderhalvemetersamenleving', een maatschappij die over een tijdje weer op gang komt terwijl mensen wel 1,5 meter afstand moeten houden?

Uiteraard wordt er nagedacht over de toekomst, bevestigt directeur Pedro Peters van OV-NL, de koepel van Nederlandse vervoersmaatschappijen. Maar het is een vrijwel onmogelijke puzzel met nog veel, erg veel onzekere variabelen, voegt hij daar meteen aan toe.

"Het belangrijkste kenmerk van openbaar vervoer is dat het massavervoer is", legt hij uit. "Het is dus geen maatwerk zoals vervoer per taxi. Onze belangrijkste taak is grote groepen mensen te vervoeren. Dat doel staat volledig haaks op de kenmerken van de anderhalvemetersamenleving waar we voorlopig aan vast zitten."

De overheid heeft het ov aangemerkt als een 'vitale functie' binnen de maatschappij. Dat betekent dat op dit moment pakweg een derde van de reguliere dienstregeling rijdt voor zo'n 500.000 reizigers per dag. Dat is nog geen tiende van de ruim 5 miljoen passagiers dat op een gewone werkdag incheckt.

'20 procent bij anderhalvemeterregel maximum capaciteit'

"Binnen deze situatie kunnen we er het grootste deel van de tijd voor zorgen dat de reizigers en het personeel in het ov afstand kunnen bewaren", legt Peters uit.

Uit berekeningen van de ov-sector blijkt dat de 'coronacapaciteit', dus het aantal reizigers dat vervoerd kan worden met inachtneming van de regels over afstand houden, maximaal 20 procent is van de gewone capaciteit vóór het coronavirus. "Dat komt dus neer op nog pakweg 500.000 extra reizigers per dag."

De vraag die de ov-sector nu met de overheid probeert te beantwoorden is welke groep de meeste rechten heeft op die plek in het ov, stelt Peters.

Ov-sector draait nu per maand 200 miljoen euro verlies

"Stel dat de overheid zegt: na 28 april gaan bijvoorbeeld de universiteiten weer open", noemt hij als voorbeeld. "Studenten vormen in de normale situatie 25 procent van onze reizigers, dus in principe is dat al een reizigersaantal dat wij niet 'veilig' kunnen vervoeren. Tegen zelfde aantallen loop je aan als er weer mensen op kantoren gaan werken in plaats van thuis."

De ov-sector beklemtoont dat de overheid in deze besluiten leidend zijn. "Wij faciliteren het openbaar vervoer", aldus Peters. "Wij hebben niet de kennis in huis om te besluiten welke groepen voorrang krijgen als het gaat om het versoepelen van de coronamaatregels."

Een bijkomend probleem dat snel opdoemt als de anderhalvemetersamenleving lang aanhoudt, is de financiële situatie van de vervoersbedrijven. "De totale ov-sector lijdt op dit moment per maand meer dan 200 miljoen euro verlies. Dat is uiteraard geen situatie die we twee jaar lang vol gaan houden."

'Meer studenten of forensen maakt wezenlijk verschil'

Ook de NS is hard bezig met plannen maken voor het moment waarop de overheid de coronaregels iets versoepelt. "We rijden nu een uitgeklede dienstregeling omdat er veel minder mensen van de treinen gebruik maken", stelt woordvoerder Erik Kroeze. "Maar we moeten natuurlijk wel helemaal voorbereid zijn als er weer meer treinen moeten gaan rijden."

Ook de spoorwegen zijn bij het plannen erg afhankelijk van de besluiten die de overheid gaat nemen, legt hij uit. "Krijgen we te maken met meer forensen na 28 april, met meer studenten, of juist met meer dagjesmensen? Dat maakt voor de piekmomenten een duidelijk verschil."

Maar ook Kroeze erkent direct dat het "een heel lastige puzzel wordt als we de anderhalvemeterregels in acht moeten blijven nemen. Het gaat dan niet alleen om de capaciteit in de treinen, maar ook bijvoorbeeld om de vraag hoeveel mensen er op een station kunnen rondlopen zonder een groot gevaar voor elkaar te vormen."

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.