Ebola, de Mexicaanse griep en hondsdolheid. Voorbeelden van infectieziekten die van dieren zijn overgesprongen op mensen: zoönosen. Het coronavirus, dat momenteel de wereld in zijn greep houdt, past ook in dat rijtje. Zoönosen zijn van alle tijden, vertelt hoogleraar virologie Wim van der Poel in gesprek met NU.nl. Hij onderzoekt dit soort virussen al decennia lang. "Het is een kwestie van tijd voordat we weer zo'n virus meemaken."

Sommige zoönosen zijn al decennialang bekend bij het grote publiek. Denk aan de ziekte van Lyme (via een teek) en de vogelgriep. In de afgelopen jaren heeft de wereld verschillende grote uitbraken van zoönose gezien. Het ging daarbij bijvoorbeeld om ebola en zika.

"Het probleem bij sommige zoönosen is dat het makkelijk tussen mensen kan worden overgedragen en dat is er nu aan de hand met het coronavirus. Zo krijg je een enorme spreiding tussen mensen", zegt Van der Poel, werkzaam bij Wageningen University and Research.

Waar komt deze zoönose vandaan?
Het sterke vermoeden bestaat dat het van vleermuizen afkomstig is en via een ander dier naar de mens is gegaan. Een virus verandert per 'tussengastheer', zelfs tussen mensen treden kleine veranderingen op. Je ziet dat het virus hier in Nederland er al weer anders uitziet dan toen het opdook in China. Zo'n verandering kan het virus sterker of zwakker maken.

Kan zo'n virus net zo spontaan verdwijnen als dat het verschijnt?
Niet veel virussen verdwijnen. Nu is het wel zo dat SARS 1 sinds de uitbraak in 2003 niet meer is gezien, dat is min of meer uitgeroeid. Zika is ook sterk afgenomen, maar zeker niet uitgeroeid en dat kan opeens weer ergens opduiken. Hetzelfde geldt voor ebola.

Welke rol heeft de mens bij de uitbraak van een zoönose?
Het is niet precies aan te geven welk menselijk handelen hier aan ten grondslag ligt, maar de mens speelt vaak een rol. Dat zie je ook bij dit virus. Vermoedelijk zijn mensen in contact gekomen met de zogenoemde tussengastheer en dat is mogelijk gebeurd op een Chinese voedselmarkt. Op die plekken kan een virus makkelijker overspringen op een mens. Dat is de reden waarom China die markten nu wil sluiten. De handel en het eten van exotische dieren brengen veel risico's met zich mee.

Waarom komen dodelijke virussen vaak van vleermuizen?
97
Waarom komen dodelijke virussen vaak van vleermuizen?

Hoe zit dat dan met het houden van andere diersoorten, bijvoorbeeld kippen?
Ook in die dieren circuleren virussen, bijvoorbeeld de vogelgriep. Daar hebben we maatregelen tegen getroffen. Maar kippen houden we al heel lang en als virussen in die dieren circuleren, is de kans groot dat we het inmiddels wel zijn tegengekomen. Dat is het verschil met exotische dieren. Die dragen veel virussen waar wij als mensen totaal geen afweer voor hebben.

Exotische dieren worden verhandeld op markten. Maken we het virussen te makkelijk?
Het is moeilijk om de kans op dit soort virussen bij de mens te verminderen. Je moet je voorstellen dat er in gewervelde dieren naar schatting 300.000 virussen rondhuizen. Van al die virussen kunnen in theorie varianten ontstaan die kunnen leiden tot grote uitbraken.

Het is wel opvallend dat we sinds deze eeuw te maken hebben gehad met drie soorten coronavirussen. Eerst SARS1, toen MERS en nu het huidige virus. Het is nog niet te verklaren waarom het deze eeuw opeens raak is. Het heeft ongetwijfeld te maken met veranderingen in ons gedrag, in het ecosysteem of in het virus zelf, waarbij mensen meer in contact zijn gekomen met deze coronavirussen of met agressievere varianten van deze virussen.

“We moeten geen grote veranderingen aanbrengen in de ecosystemen.”

Wat zegt dat voor de komende jaren?
Het is een kwestie van tijd voordat we weer zoiets meemaken. Ebola, zika en de coronavirussen. We gaan ervan uit dat we over een paar jaar weer zoiets hebben. Het uitzonderlijke nu is dat de uitbraak ongekend groot is. Om de paar jaar hebben we met iets sterks te maken en zoals gezegd verdwijnen die virussen meestal niet. Dit coronavirus blijft waarschijnlijk zo lang als wij leven wel in meer of mindere mate circuleren. Of dat werkelijk zoveel problemen blijft geven is de vraag, want de ziekteverwekkende eigenschappen kunnen afnemen.

Hoe kunnen we de kans op zoönosen verminderen?
We moeten zorgen dat we geen grote veranderingen aanbrengen in de ecosystemen. Als je dat wel doet, door bijvoorbeeld ineens andere diersoorten te gaan eten of bepaalde diersoorten uit te roeien, dan ontstaan er nieuwe contacten tussen mens en dier. Dan kun je in aanraking komen met een ziekteverwekker die de mensen nog nooit heeft gezien en ontstaan problemen.

Dat kan ook het geval zijn geweest bij dit coronavirus. Op veel van die dierenmarkten worden de dieren ter plekke geslacht op een onhygiënische manier. Dan kom je snel in contact met bloed van exotische dieren. Het is daarnaast druk op die markten en dat vergroot alleen maar de kans voor een virus om over te springen op de mens.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.

Het coronavirus in het kort

  • Het coronavirus verspreidt zich vooral van mens op mens via nies- en hoestdruppeltjes. De kans dat je besmet raakt via oppervlakken zoals deurklinken is klein. Deze kans wordt kleiner als je vaak je handen wast.
  • Je kunt de kans op verspreiding flink verkleinen door minstens 1,5 meter afstand te houden van anderen.
  • Een geïnfecteerde persoon besmet gemiddeld twee à drie anderen. De voorzorgsmaatregelen zijn nodig om dit in te dammen.
  • Verreweg de meeste patiënten hebben milde (griepachtige) klachten.
  • Bijna alle sterfgevallen betreffen ouderen of andere kwetsbare personen, zoals hart-, long- of diabetespatiënten. Als iedereen de maatregelen naleeft, verkleint dat hun risico's.
  • Lees hier welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen.