De beslissing van het kabinet om de scholen ook na 6 april dicht te houden of juist weer te openen, wordt pas genomen als de uitkomsten van een cruciaal rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) binnen zijn, vertelt minister Arie Slob (Onderwijs) dinsdagavond in het televisieprogramma Op1.

Het lijkt aannemelijk dat scholen langer gesloten blijven, aangezien het RIVM in gesprek met Nieuwsuur heeft bevestigd dat het onderzoek, waar zes weken voor zijn uitgetrokken, dinsdag van start is gegaan.

Het RIVM zegt daarnaast voor 6 april geen uitkomsten te verwachten. Slob klonk gedecideerd over die uitspraak: "Als duidelijk wordt dat het rapport pas na 6 april zal verschijnen, dan zal de maatregel om de scholen nog niet te openen verlengd worden tot een latere datum."

De minister vertelt bij Op1 echter dat er nog niets duidelijk is over de definitieve looptijd van het onderzoek. Mocht het RIVM daar de volledige zes weken voor nodig hebben, betekent dat dat de scholen op z'n vroegst begin mei heropend worden.

Slob over schrappen examens: 'Zorgen zijn niet weg te nemen'
101
Video
Slob over schrappen examens: 'Zorgen zijn niet weg te nemen'

Onderzoek focust op rol van jongeren bij verspreiding virus

Medio maart werd het onderzoek door Slob aangekondigd. Het RIVM gaat honderd gezinnen waarin een familielid besmet is geraakt met het coronavirus onderzoeken en focust zich onder meer op de impact die dat heeft op kinderen. De rol van jongeren bij de verspreiding van het virus staat centraal in het onderzoek.

Slob hoopt woensdag een duidelijk antwoord te krijgen op de vraag wanneer de uitkomsten van het onderzoek beschikbaar zijn. "We willen de beslissing om de scholen te openen nemen op basis van Nederlands onderzoek. Daar wachten we op."

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.

Hoe social distancing ons helpt tegen verspreiders als 'patiënt 31'
103
Video
Hoe social distancing ons helpt tegen verspreiders als 'patiënt 31'

Het coronavirus in het kort

  • Het coronavirus verspreidt zich vooral van mens op mens via nies- en hoestdruppeltjes. De kans dat je besmet raakt via oppervlakken zoals deurklinken is klein. Deze kans wordt kleiner als je vaak je handen wast.
  • Je kunt de kans op verspreiding flink verkleinen door minstens 1,5 meter afstand te houden van anderen.
  • Een geïnfecteerde persoon besmet gemiddeld twee à drie anderen. De voorzorgsmaatregelen zijn nodig om dit in te dammen.
  • Verreweg de meeste patiënten hebben milde (griepachtige) klachten.
  • Bijna alle sterfgevallen betreffen ouderen of andere kwetsbare personen, zoals hart-, long- of diabetespatiënten. Als iedereen de maatregelen naleeft, verkleint dat hun risico's.
  • Lees hier welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen.