"Wéér een coronaprik, we blijven niet aan de gang", denken sommige mensen over de booster. Maar drie keer hetzelfde vaccin halen komt eigenlijk heel vaak voor bij andere ziektes. Sommige 'kinderprikken', bijvoorbeeld tegen difterie of tetanus, krijg je tot vijf keer toe, en opnieuw als je als volwassene op reis gaat. Ook de griepprik krijgen bepaalde mensen elk jaar. Dit zijn de aantallen - en de redenen daarvoor.

De prikken in het Rijksvaccinatieprogramma:

  • Difterie: vijf keer
  • Tetanus: vijf keer
  • Polio: vijf keer
  • Kinkhoest: vier keer
  • Hib (een bacterie die bijvoorbeeld bloedvergiftiging of hersenvliesontsteking kan veroorzaken): drie keer 
  • Hepatitis B: drie keer 
  • Pneumokokken: drie keer 
  • Meningokokken: twee keer 
  • HPV (het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken): twee keer
  • Mazelen: twee keer 
  • Rode hond: twee keer
  • De bof: twee keer

Het Rijksvaccinatieprogramma beschermt kinderen tegen twaalf ziekten, maar daarvoor zijn in totaal 38 vaccindoses nodig. Al worden die als 'cocktails' gegeven: in één prik zitten dan meerdere vaccins. In totaal moeten kinderen en pubers zo negen keer komen opdraven, en hebben ze ook maar negen keer kans op bijwerkingen als pijn op de prikplek, vermoeidheid of hoofdpijn.

De tijd tussen de doses verschilt per prik. De kortste periode is twee maanden (tussen de eerste en tweede 'cocktail' van zeven vaccins), de langste periode dertien jaar (meningokokken).

Het Rijksvaccinatieprogramma is trouwens niet verplicht, maar verreweg de meeste ouders laten hun kinderen inenten.

De vaccins worden minstens twee keer gegeven omdat ze een soort training voor je lichaam zijn. Een vaccin is een soort onschuldige 'dubbelganger van een echt virus of echte bacterie. Je immuunsysteem denkt dat het gevaarlijk is en gaat het opruimen. Ook zal het min of meer onthouden hoe het eruitzag. Hoe vaker je je lichaam zo'n training geeft, hoe gemakkelijker het dat 'virus' of die 'bacterie' herkent. En hoe sneller dat wordt opgeruimd.

Na meerdere doses weet je lichaam dus precies wat het moet doen als je de ziekte een keer echt oploopt.

Maar ondanks die trainingen vallen er soms gaten in het 'geheugen' van je immuunsysteem. Dat systeem bestaat uit meerdere delen. Simpel gezegd:

  • Antistoffen: die moet je zien als de 'uitsmijters' van je lichaam. Deze staan 'aan de deur' en kunnen - mits goed getraind - virussen en bacteriën razendsnel herkennen. Ze maken ze onschadelijk voordat ze bijvoorbeeld de cellen in je longen infecteren.
  • T-cellen: als antistoffen de 'uitsmijters' zijn, dan zijn T-cellen het 'barpersoneel'. Ze voorkomen niet dat ongenode gasten je cellen binnenglippen, maar kunnen die wel herkennen als ze eenmaal binnen zijn en de herrieschoppers alsnog de tent uitzetten.

Zowel antistoffen als T-cellen 'leren' van een vaccinatie. Beide kunnen na verloop van tijd minder sterk worden. Hoeveel minder verschilt per vaccin. Het hoeft ook niet altijd erg te zijn als je antistoffen minderen, zolang je T-cellen nog alert zijn.

Zo werken het Pfizer- en Modernavaccin in je lichaam
53
Zo werken het Pfizer- en Modernavaccin in je lichaam

Hoe meer een virus rondwaart in een land, hoe belangrijker het is dat ieders afweer goed op peil is. En een volgende prik sneller nodig is. Want als iets heel veel voorkomt (zoals corona in Nederland), is de kans op besmetting groot. Als iets niet meer voorkomt, is het voor één persoon in de praktijk geen ramp dat diegene minder goed beschermd is (zoals polio in de westerse wereld).

Maar als meer mensen niet genoeg beschermd zijn en elkaar aansteken, kan een ziekte die bijna verdwenen was toch weer de kop opsteken (zoals de mazelenuitbraken afgelopen jaren in Nederland).

Als je op reis gaat naar een land waarin een ziekte nog wel veel voorkomt, is het belangrijk dat je lichaam (weer) optimaal is voorbereid. Daarom wordt volwassenen die naar bepaalde landen gaan, aangeraden (of soms zelfs verplicht) om bepaalde inentingen te halen. Vaak zijn dat weer de prikken die je als kind al hebt gehad, een boosterprik dus eigenlijk tegen oude bekenden als hepatitis B, tetanus en polio.

Soms moet je heel nieuwe vaccins halen voor je op reis gaat, tegen bijvoorbeeld buiktyfus of rabiës (ook bekend als hondsdolheid). Daarbij geldt meestal: meerdere 'trainingen', dus meerdere doses.

Welke prik je ook neemt en of je nou kind of reiziger bent, geen enkele vaccinatie(reeks) werkt gegarandeerd 100 procent. Er bestaat altijd een kans dat je ziek wordt, maar herhaalprikken verkleinen die kans wel.

Slechts één prik beschermt je in één klap in principe levenslang: die tegen gele koorts. Dat is dus een uitzondering op de regel.

Het 'gele boekje' is officieel een bewijs voor een gelekoortsvaccin, maar wordt ook vaak gebuikt om andere reizigersvaccinaties (en de coronaprik) in te zetten.

Het 'gele boekje' is officieel een bewijs voor een gelekoortsvaccin, maar wordt ook vaak gebuikt om andere reizigersvaccinaties (en de coronaprik) in te zetten.
Het 'gele boekje' is officieel een bewijs voor een gelekoortsvaccin, maar wordt ook vaak gebuikt om andere reizigersvaccinaties (en de coronaprik) in te zetten.
Foto: ANP

De griepprik is een beetje een vreemde eend in de bijt. Die prik krijgen ouderen en kwetsbaren elk jaar. Dat komt doordat de griep elk jaar een beetje anders is, een soort nieuwe variant. Elk jaar wordt er daarom een nieuwe prik gemaakt.

De coronaprik werkt nu nog redelijk tegen de huidige dominante coronavirusvariant (omikron). Niet perfect, maar je immuunsysteem herkent het nog behoorlijk goed, zeker na een boosterprik. Dat zou kunnen veranderen: we weten niet welke varianten er in de toekomst nog komen.

Het zou kunnen dat corona een soort griep wordt, met elk jaar een nieuwe coronavirusvariant en vaccinvariant. Of dat je een coronaprikbooster moet halen voor je naar bepaalde landen gaat. We weten het simpelweg nog niet, al werken vaccinmakers sowieso aan een 'omikronversie' van de bestaande coronaprik.

Een reeks herhaalprikken is in elk geval eerder regel dan uitzondering. Dus we blijven waarschijnlijk nog wel even aan de gang met coronavaccins.