Maanden nadat de eerste coronaprikken in de bovenarmen werden gezet, begint de vraag te spelen of de vaccins na al die tijd nog steeds goed genoeg werken. Dit is wat we daarover weten.

Laten we vooropstellen: de vaccins werken nog altijd erg goed. Dat benadrukte RIVM-topvrouw Aura Timen dinsdag ook in gesprek met NU.nl. Waar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een ondergrens voor effectiviteit op 50 procent vaststelde, hebben de vaccins die nu in Nederland worden gebruikt een effectiviteit van boven de 90 procent.

Maar de hoeveelheid antistoffen die je na zo'n vaccinatie krijgt, neemt na verloop van tijd wel wat af. Op den duur blijft er een stabiele hoeveelheid antistoffen in je bloed, legde Anke Huckriede, hoogleraar vaccinologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, deze zomer uit aan NU.nl. Maar of dat er uiteindelijk zo weinig gaan worden dat je niet goed meer bent beschermd, is nog niet bekend.

Die effectiviteit kan worden onderverdeeld in verschillende soorten. Zo wordt onderscheid gemaakt in de mate waarin een vaccinatie beschermt tegen ziekenhuisopname, tegen opname op de intensive care (ic), het voorkomen van milde klachten en de mate waarin een vaccinatie overdracht van het virus tegengaat.

Hoe wordt de effectiviteit berekend?

  • Voordat de vaccinaties daadwerkelijk op grote schaal werden ingezet, werd hun effectiviteit berekend door twee testgroepen met elkaar te vergelijken. Een groep kreeg het vaccin, de ander een placebo. De effectiviteit werd berekend op basis van het aantal mensen dat in elke groep ziek werd.
  • Tegenwoordig schat het RIVM de effectiviteit door de gegevens uit de ziekenhuiscijfers van Stichting NICE en gegevens uit het vaccinatieregister met elkaar te vergelijken. Er is dus geen sprake meer van een placebogroep, maar een schatting op basis van daadwerkelijk gevaccineerden en mensen die niet zijn gevaccineerd.

Effectiviteit tegen ic-opname: 97 procent

Gemiddeld gezien beschermen de coronavaccins voor 97 procent tegen een ic-opname. Dat wil zeggen dat iemand die volledig is gevaccineerd, 97 procent minder kans heeft om zo ziek te worden na een coronabesmetting dat hij of zij moet worden opgenomen op de intensive care. Volgens het RIVM is de kans op ziekenhuisopname van een niet-gevaccineerde zeventien keer zo groot als iemand die wel volledig is ingeënt.

Een paar maanden geleden was deze effectiviteit nog 98 procent. Dat is dus 'maar' een procentpunt verschil, terwijl je dan al een aantal maanden met antistoffen rondloopt.

Ziekenhuisopname: 93 procent

Iemand die volledig is gevaccineerd, heeft 93 procent minder kans om überhaupt in het ziekenhuis te belanden vanwege een COVID-19-besmetting dan een niet-gevaccineerde. Dat betekent dus dat je ook met een vaccinatie nog steeds in het ziekenhuis kan belanden. De kans is alleen veel kleiner geworden. En nu steeds meer mensen gevaccineerd zijn, neemt ook het aandeel gevaccineerden in het ziekenhuis toe.

Aan het begin van de vaccinatiecampagne was de bescherming tegen ziekenhuisopname 94 procent, 1 procentpunt hoger dus. Het RIVM liet vorige week al aan NU.nl weten zich geen zorgen te maken over de minimale afname. "De bescherming is nog steeds hoog."

Toch zijn er wel signalen dat deze bescherming iets lager is onder ouderen. Na de volledige vaccinatie bereikten zij sowieso al een minder hoge mate van bescherming dan jongeren. Er zijn daarnaast meerdere wetenschappelijke studies die erop wijzen dat de bescherming tegen ziekenhuisopname bij 65-plussers na 20 tot 24 weken afneemt, liet de Gezondheidsraad eerder weten.

Gemiddeld is de bescherming tegen ziekenhuisopname 93 procent, maar onder ouderen blijft dit hangen op ongeveer 90 procent. Vandaar dat zij in Nederland als eerste een boostervaccin aangeboden krijgen.

Klachten veroorzaakt door het coronavirus: onduidelijk

Volgens het RIVM beschermen de vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna voor meer dan 90 procent tegen coronaklachten in het algemeen, dus tegen bijvoorbeeld milde, griepachtige symptomen waarvoor je niet naar het ziekenhuis hoeft. De vaccins van Janssen en AstraZeneca hebben een wat lagere effectiviteit tegen zulke klachten: respectievelijk 66 procent en 60 tot 80 procent.

Deze effectiviteit is echter berekend rond de tijd dat de vaccins werden goedgekeurd voor gebruik. Het is nog niet bekend of de prikken enkele maanden nadat ze zijn gezet, nog steeds zo goed beschermen tegen klachten veroorzaakt door het coronavirus.

In het Verenigd Koninkrijk is wel onderzoek gedaan naar hoe het nu staat met de effectiviteit tegen coronaklachten. Uit het recentste rapport van het Britse ministerie van Volksgezondheid blijkt dat twee vaccinaties van AstraZeneca tussen de 65 en 70 procent beschermen tegen coronaklachten. Voor het Pfizer-vaccin is dit tussen de 80 en 95 procent. Volgens de Britse gezondheidsautoriteiten zijn er tekenen dat de effectiviteit afneemt, bij ouderen iets meer dan bij jongeren.

Deze resultaten kunnen we alleen niet op de Nederlandse bevolking toepassen. In het Verenigd Koninkrijk zijn namelijk veel meer prikken met AstraZeneca gezet, een vaccin dat sowieso al iets minder bescherming biedt dan de andere vaccins die in Nederland zijn gebruikt.

Besmetting: 75 procent

De afgelopen weken neemt het aantal positieve tests in Nederland hard toe, en daar zitten ook gevaccineerde mensen tussen. Dat betekent niet dat de vaccins niet meer tegen besmetting beschermen: de vaccineffectiviteit tegen infectie was in oktober ongeveer 75 procent, zo vertelde RIVM-baas Jaap van Dissel vorige week tijdens een presentatie in de Tweede Kamer.

De vaccins lijken wel na verloop van tijd minder te beschermen tegen besmetting. Precieze cijfers zijn daar in Nederland niet van bekend.

Waarom er steeds meer gevaccineerden in het ziekenhuis belanden
103
Waarom er steeds meer gevaccineerden in het ziekenhuis belanden