Wie een prik met het coronavaccin van Janssen heeft gehad, kan vaak binnen een dag naar de club, terwijl het vaccin pas na twee weken beschermt. Is dat dan wel verstandig? Deskundigen plaatsen daar hun vraagtekens bij, onder meer wegens de oprukkende deltavariant, blijkt na vragen van NU.nl.

Nederland beschouwt iemand als volledig gevaccineerd nadat hij of zij twee prikken met het Pfizer-, Moderna- of AstraZeneca-vaccin heeft gehad, of één prik van Janssen.

Mensen kunnen na registratie van de tweede vaccinatie of de prik met Janssen vrijwel direct hun vaccinatiebewijs aanvragen in de CoronaCheck-app. Dat betekent dat iemand binnen een dag (of soms wat later) op de dansvloer kan staan, of een ander evenement kan bijwonen waarbij 1,5 meter afstand houden niet meer hoeft.

Het idee achter dit beleid is dat mensen na een prik al een verminderde kans hebben in het ziekenhuis terecht te komen of te overlijden aan COVID-19, laat het ministerie van Volksgezondheid aan NU.nl weten. "Hoewel dit bij het Jansen-vaccin in mindere mate het geval zal zijn, lijkt onderscheid tussen deze vaccins niet nodig en wenselijk", aldus een woordvoerder. "Dit gezien de verbeterde epidemiologische omstandigheden en stijgende vaccinatiegraad, en gelet op het feit dat mensen over het algemeen niet hebben kunnen kiezen voor het type vaccin dat zij krijgen."

Ondanks verbeterde situatie blijven risico's bestaan

Bert Niesters, hoogleraar medische microbiologie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), noemt dit beleid "naief". Volgens hem zijn er, ondanks dat het virus zich relatief koest houdt in Nederland, nog steeds risico's. Op dit soort evenementen komen namelijk veel mensen bij elkaar en wordt de 1,5 meter losgelaten. "Er hoeft maar één persoon besmettelijk te zijn."

Dat er nog risico's zijn, bewees een feest in een discotheek in Enschede afgelopen weekend. Daar is een coronacluster vastgesteld, bevestigt GGD Twente donderdag in gesprek met RTV Oost. Onduidelijk is nog hoe dit heeft kunnen gebeuren en hoeveel mensen precies besmet zijn geraakt.

Maar de meeste zorgen hebben deskundigen over de oprukkende deltavariant. Die is 40 tot 60 procent besmettelijker dan de nu dominante alfavariant, eerder de Britse variant genoemd. "Op evenementen vormt die hogere besmettelijkheid een reëel risico", zegt Frits Rosendaal, hoogleraar klinische epidemiologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Op dit moment is de kans om een besmette persoon tegen te komen relatief klein, benadrukt hij. Maar het kan volgens hem hard gaan als de deltavariant het overneemt. "Ik zou toch zeggen: laat het vaccin eerst z'n werk hebben gedaan."

Zo werkt het Janssen-vaccin in je lichaam
102
Zo werkt het Janssen-vaccin in je lichaam

Vaccins werken minder snel tegen deltavariant

Naast dat de deltavariant besmettelijker is, lijken vaccins er ook minder snel tegen te werken. "Tegen de alfavariant zijn mensen ook met een enkele prik aardig beschermd", legt Anke Huckriede, hoogleraar vaccinologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, uit.

Dat ligt anders bij de oprukkende deltavariant. "Daartegen is een eerste prik maar circa 30 procent effectief. Pas de tweede prik brengt de bescherming op 60 tot 80 procent."

Dit kan twee gevolgen hebben. Iemand kan na één prik nog steeds best ziek worden én er kan na één prik meer verspreiding blijven plaatsvinden dan na twee prikken, legde infectieziektenepidemioloog Alma Tostmann van het Radboudumc woensdag uit in gesprek met NU.nl.

Hoe werkzaam het Janssen-vaccin is tegen de deltavariant, is nog wel onduidelijk, zegt Huckriede. Het vaccin wordt namelijk niet gebruikt in landen waar de variant vaker voorkomt en er zijn nog geen studies naar uitgevoerd. "Ik acht de kans echter groot dat ook dit vaccin verminderde werkzaamheid tegen de deltavariant laat zien. Voorzichtigheid blijft dus geboden."