Het advies van de Gezondheidsraad over een verlaging van de leeftijdsgrens voor het AstraZeneca-vaccin kwam niet te laat, vindt voorzitter Bart-Jan Kullberg. Dat zegt hij in een interview met NU.nl. Over de snelheid van het advies klonk enig gemor, omdat op 26 april werd gevraagd of ook zestigminners het middel konden ontvangen en een advies daarover op 2 juni verscheen. Dat was mogelijk al te laat voor vijftigers, omdat de eerste veertigers op dat moment al werden uitgenodigd voor hun prik.

De raad besloot dat het niet wenselijk was om de minimumleeftijd voor een AstraZeneca-prik te verlagen. Het middel kent een zeer zeldzame maar ernstige bijwerking, en de inzet bij bijvoorbeeld vijftigers zou amper invloed hebben op de hoeveelheid infecties, opnames en sterftecijfers.

Daarnaast waren voldoende alternatieve vaccins beschikbaar, zo oordeelde de raad. Het kabinet nam het advies van de Gezondheidsraad over. Momenteel worden alleen de Pfizer- en Moderna-vaccins ingezet bij zestigminners.

Geen reden om eerder te oordelen over AstraZeneca-advies

"Er was geen reden om het advies sneller te brengen, want het bestaande advies hoefde niet aangepast te worden", legt Kullberg uit. "Er waren geen nieuwe gegevens. We hebben het hele proces opnieuw bekeken, afwegingen gemaakt en 'wat als'-scenario's getoetst. Andere scenario's zouden ongunstiger zijn."

Dat adviezen vanuit de wetenschap herzien of aangepast kunnen worden, is belangrijk, vervolgt Kullberg. "De wetenschap én het virus ontwikkelen zich constant. Nieuwe gegevens moeten meegewogen worden en als het moet, moet je je inzicht bijstellen. Het is een zelflerend en corrigerend proces."

Normaal kan de Gezondheidsraad een vraagstuk in vele maanden grondig onderzoeken. Tijdens de pandemie kwamen raadsleden soms in enkele dagen tot een besluit, als dat vereist was. "Zij staan zelf ook midden in de maatschappij. Als burger of gezinslid, of vanuit hun rol als zorgverlener. Die signalen zijn duidelijk, en daar zijn wij niet doof of blind voor", vertelt Kullberg.

Tegelijkertijd moeten ook andere non-COVID-19-gerelateerde adviezen 'gewoon' tot stand komen. Dat vergt extra inspanningen van de raadsleden. Om alle processen door te laten lopen ontving de raad extra middelen vanuit de overheid. Tot dusver heeft het extra werk geen consequenties gehad voor die overige aanvragen.

Zo komt de Gezondheidsraad tot een advies

  • Een vraag wordt neergelegd bij een vaste of tijdelijke commissie. Per vraag wordt bekeken welke deskundigheid noodzakelijk is.
  • De raad telt in totaal 110 leden, die veelal werkzaam zijn bij bijvoorbeeld universiteiten en ziekenhuizen. Het kan zijn dat bij een vraag over vaccingebruik ook een gedragsdeskundige wordt ingezet. Medische ethiek staat hoog in het vaandel.
  • De bevindingen van de commissie worden getoetst door een tweede groep van onafhankelijke wetenschappers.

'Prikpauze als noodmaatregel is heel begrijpelijk'

Kullberg reageert ook op de beslissing van het kabinet om prikpauzes in te lassen met het AstraZeneca- en later het Janssen-vaccin. Dat gebeurde na signalen van een ernstige maar zeer zeldzame bijwerking. Daarnaast trok de fabrikant van het Janssen-vaccin zelf aan de bel. De prikpauzes duurden een kleine week.

De maatregelen werden niet genomen op advies van de Gezondheidsraad. Pas na het inlassen van de AstraZeneca-pauze werd de Gezondheidsraad wél om advies gevraagd. Die volgorde kon volgens Kullberg ook niet anders. "Er is een internationaal signaal waarop gereageerd moet worden. Dan maakt het niet uit of dat de minister, de fabrikant of EMA is. Een noodmaatregel is heel begrijpelijk."

Vanuit de Gezondheidsraad bleef altijd het devies "blijf op volle snelheid prikken, maar zet de vaccins op een zo veilig en effectief mogelijke manier in", vertelt Kullberg.

Volgens Kullberg heeft het kabinet dat advies en andere bevindingen van de raad goed opgevolgd, en hebben de adviezen ook standgehouden. "Denk aan het advies om eerst de ouderen te vaccineren omdat bij hen de meeste gezonde levensjaren gewonnen kunnen worden. Dat advies kwam tot stand toen er nog vrij weinig bekend was over het virus, maar het blijkt nog steeds de juiste strategie te zijn geweest", vervolgt de voorzitter.

Over de rol van de Gezondheidsraad in de coronacrisis is Kullberg stellig: "Er zijn veel snelle reacties vanuit het publiek, de pers, politiek en experts. Het is heel belangrijk om een tegenkracht te hebben die onderwerpen beschouwt op basis van feiten en de wetenschap, en daar een gewogen afweging in maakt. Dat is onze rol."