Na een trage start in januari werden de afgelopen periode elke dag één of meerdere groepen met een specifiek geboortejaar uitgenodigd om een afspraak te maken voor een coronavaccinatie. Iedere dag gaat het om meer dan 200.000 mensen. Hoe kan het dat het vaccineren ineens zo snel gaat?

Volg dit verhaal Ontvang meldingen bij belangrijke ontwikkelingen rondom coronavaccins

Als er de komende tijd dagelijks een of meerdere leeftijdsgroepen worden uitgenodigd om een afspraak te maken, dan zou iedereen boven de achttien jaar in de week van 21 juni een coronaprik ingepland kunnen hebben. Het streven van het kabinet is om iedereen die dat wil, half juli minstens één prik gegeven te hebben. Het is de bedoeling dat een persoon binnen ongeveer drie weken na het maken van de afspraak de eerste vaccinatie krijgt.

Om dat mogelijk te maken, zetten de GGD's op dit moment zo'n 1,5 miljoen prikken per week. Dat moeten er uiteindelijk een aantal weken lang richting de 2 miljoen worden.

De voornaamste reden voor deze sprint in de vaccinatiecampagne zijn de leveringen van de vaccins. Die zijn de afgelopen periode op dreef gekomen. Waar in het begin van de vaccinatiecampagne vaak niet meer dan 200.000 vaccins per week werden geleverd, groeide dit in april naar gemiddeld zo'n 720.000. Afgelopen week werden maar liefst zo'n 1,36 miljoen vaccins geleverd, zo is te zien op het coronadashboard.

Daarnaast nam het vaccineren ook kleinere sprongen: zo bleek dat iemand na een corona-infectie, ook een die ouder was dan een half jaar, nog maar één prik hoefde te hebben. Daardoor kon die tweede dosis weer in de arm van iemand anders worden gezet.

De sprint volgde op een trage start van de vaccinatiecampagne. Langere tijd bungelde ons land qua vaccinatiesnelheid onderaan in de lijst met EU-landen. Niet alleen was het aantal geleverde vaccins al beperkt, ook hield het kabinet grote hoeveelheden doses achter zodat alle mensen die al één prik hadden gehad, ook zeker waren van een tweede. Eind februari liet het kabinet die strategie grotendeels los en konden daardoor meer eerste prikken in kortere tijd worden gezet.

Aantal gezette prikken

In de tussentijd liep het vaccineren vertraging op vanwege problemen met AstraZeneca en Janssen. Bij beide vaccins werd als zeer zeldzame, maar ernstige bijwerking gemeld dat personen na vaccinatie een tekort aan bloedplaatjes in combinatie met trombose ontwikkelden.

Het vaccineren met AstraZeneca werd twee keer stilgelegd vanwege onderzoeken hiernaar. Uiteindelijk werd het vaccin in ons land alleen ingezet bij mensen boven de zestig jaar.

Het leveren van het Janssen-vaccin lag korte tijd stil vanwege dezelfde vermeende bijwerking. Uiteindelijk werd het vaccin voldoende veilig bevonden en werd eind april gestart met het vaccineren met Janssen.

In juni besloot het kabinet het Janssen-vaccin tóch te schrappen uit het programma. Het ging namelijk zo goed met prikken, dat het vaccin niet meer nodig was. Er zijn voldoende andere vaccins beschikbaar en daarnaast zijn de coronacijfers in ons land gunstig: het aantal coronapatiënten in ziekenhuizen daalt, terwijl het aantal gevaccineerden stijgt. De voordelen van het Janssen-vaccin wogen daardoor niet meer op tegen de mogelijke risico's van het vaccin.

Vanaf 21 juni kunnen mensen aangeven dat ze alsnog liever het Janssen-vaccin willen. Het vaccin is namelijk voldoende veilig en werkzaam, en heeft als grote voordeel dat er maar één prik nodig is, terwijl van Pfizer, Moderna en AstraZeneca twee prikken nodig zijn om volledig beschermd te zijn tegen COVID-19.

Ook dat heeft te maken met de snelheid in het vaccineren, zei demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid): "Het priktempo wordt nu zo hoog dat we in de luxepositie zitten om een keuzemogelijkheid te bieden."