Ajax-voorzitter John Jaakke hield een pleidooi voor een mentaliteitsverandering . Het voorbeeld van schaatser Shani Davis geeft hem helemaal gelijk. Door Jurryt van de Vooren / Weblog over Sportgeschiedenis.

We zitten in de maand van de nieuwjaarsrecepties en dat is de tijd waarin de voorzitters van de grote voetbalclubs van zich laten horen. John Jaakke van Ajax greep de gelegenheid aan voor een mentaliteitsverandering bij zijn club. "Vreemd is dat wij, als we ons hoofd verliezen niet naar ons eigen hoofd wijzen maar naar dat van een ander. Alsof zij gek geworden zijn: de tegenstander, het veld, de scheidsrechter of de media. Er zijn dan vele oorzaken aan te wijzen voor ons eigen falen. Dit gedrag past wat mij betreft bij Calimero maar niet bij Ajax."

Perikelen

Over de interne perikelen bij Ajax laat ik mij hier niet uit, omdat een Feyenoord-supporter als ik zijn grenzen snapt. Wel valt het me op dat een kopstuk uit de Nederlandse sport een pleidooi houdt om vragen te stellen over de mentaliteit, om zo sportieve voortgang te boeken.

In de conservatieve sportwereld is dat een kwetsbare instelling, die niet snel gehoor zal vinden. Niet voor niets luidt in de sport het centrale motto: Never change a winning team. En als er verloren wordt, moet de trainer eruit voor een shockeffect. Helaas voor de bestuurders liggen veel oorzaken vaak dieper dan alleen de vorm van de dag. Jaakke schijnt dat dus te snappen én er naar te willen handelen. Hij wil iets veranderen en er zijn sporten waarin dat al eerder is gebeurd.

Revolutie in de schaatswereld

Zo is er een sport, die momenteel door vele veranderingen wordt gekenmerkt: het internationale schaatsen. Dat is maar goed ook, want de overdonderende aanwezigheid van de Nederlanders was een slechte ontwikkeling voor deze sport. Het leverde veel medailles en huldigingen op, maar door het gebrek aan concurrentie dreigde het schaatsen ten onder te gaan aan eenzijdigheid.

Davis

Met name Shani Davis heeft door zijn onorthodoxe aanpak hieraan een einde gemaakt en van het schaatsen weer een serieuze internationale competitie gemaakt. Maar hij doet het niet alleen, want ook een voormalige skeeleraar als Chad Hedrick zorgt voor de nodige commotie door zich niet te houden aan ongeschreven regels. En daar heeft het Nederlandse schaatsen wel eens wat moeite mee.

Afkomstig uit het shorttrack introduceerde Davis technieken bij het langebaanschaatsen, die vooral in de traditionele Nederlandse schaatskringen voor onmogelijk werden gehouden. De Amerikaan heeft bijvoorbeeld erg veel voordeel van zijn bochtentechniek, die hij vanuit de shorttrack meeneemt naar de lange baan.

Shorttrack

Zoals Foske Tamar van der Wal zei, die zelf ervaring heeft in beide takken van sport: "Dat doet hij erg goed en daaraan zie je meteen dat hij een shorttracker is. Op de rechte stukken pakt hij zijn rust. Zowel op de korte afstand als bij 5.000 en 10.000 meter kan hij hier extra voordeel uit halen. En hij heeft door shorttrack geen angst voor de bocht. Net als Hedrick trouwens, die uit het skeeleren komt."

En omdat deze Amerikanen winnen, hebben ze gelijk. Want daar is topsport voor uitgevonden: om te winnen.

Angst voor de bocht

Het is nota bene Eric Heiden zelf - de beste schaatser aller tijden én landgenoot van Davis - die dit erkende.

Hij kwam namelijk ook uit een andere hoek - ijshockey - en had daarom een niet-traditionele blik op het schaatsen: "Bij het langebaanschaatsen leer je het evenwicht te houden. Als je valt, sta je snel weer op. Als Europese schaatsers een misslag maken, is vallen het ergste waaraan ze denken. Hun race is voorbij. Op de olympische 1.500 meter gleed ik enorm weg, maar ik schrok niet. Ik ging door. En ik won."

De bochtentechniek is maar één voorbeeld van nieuwe ideeën, dat het traditionele denken ondermijnt. De Nederlandse schaatswereld lijkt nu zijn winst vooral nog te zoeken in technische verbeteringen als nieuwe schaatspakken, dunnere ijzers en de klapschaats. Maar zijn betere sportprestaties alleen maar mogelijk door beter en sneller materiaal?

Spier

Of, zoals de legendarische baanrenner Piet Moeskops al wist in de jaren twintig van de vorige eeuw: 'Het gaat niet om de spier, maar om de commandant van de spier.'

Jorien van den Herik

Een goede aanzet daarom van Jaakke om de commandant van de spier ter discussie te stellen. Maar goed, wat zullen we ons over een jaar nog kunnen herinneren van zijn nieuwjaarstoespraak?

De kans is namelijk groot dat het even snel wordt vergeten als dat het werd uitgesproken. En dat zou jammer zijn, want vragen stellen over de mentaliteit, over de commandant, kan niet vaak genoeg gebeuren.

Waarbij ik me nog één ding afvraag over de nieuwjaarstoespraken van de grote voetbalclubs. Zal Jorien van den Herik afscheid mogen nemen op de receptie in Rotterdam?