Diefstal van spoormateriaal als koperen bovenleidingen is uniek voor onze tijd. Alleen in de oorlog stond het spoor ook aan grootschalige plundering bloot. Door Anno.

'De diefstal van koper bij het spoor loopt de spuigaten uit'. 'Koperdiefstal verstoort treinverkeer'. De krantenkoppen laten niets aan de verbeelding over: door de hoge koperprijzen is het stelen van koperen leidingen rond het spoor enorm toegenomen.

Dit lijkt een nieuwe ontwikkeling. Vanaf de oprichting van de eerste spoorlijn in 1839 is het spoornet eigenlijk altijd met rust gelaten. De grote uitzondering op die regel is de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1940 en 1945 werd het spoor door het verzet gesaboteerd om Duitse transporten te dwarsbomen.

De geallieerden bombardeerden de rails, voertuigen en stations met hetzelfde doel. Ook moesten spoorbielsen eraan geloven. Verkleumde mensen haalden ze onder de rails vandaan als brandstof voor de kachel. De gevolgen laten zich raden.

Spoorverbindingen

Maar de grootste slopers waren de Duitsers zelf. In 1942 werd in Hitler-Duitsland besloten dat alle bezette landen een bepaalde hoeveelheid spoorijzer naar Duitsland moesten brengen voor de oorlogsindustrie. Dat ging ten koste van heel wat spoorverbindingen.

Het hoofdnet bleef - zwaar bewaakt - bestaan, maar veel minder belangrijke lijnen werden opgebroken. Een lijn als Den Haag - Scheveningen werd bijvoorbeeld weggehaald, omdat men in de oorlog toch niet naar het strand mocht. Daar lagen de verdedigingswerken tegen een invasie; pottenkijkers waren niet gewenst.

Oorlog

Veel lijnen kwamen nooit meer terug. Toch had de oorlog ook een ander, meer positief effect op het spoor. Door brandstofgebrek reden er in de oorlog bijna alleen militaire motorvoertuigen. Passagiersvervoer moest noodgedwongen met de trein. Het omgekeerde effect van vandaag eigenlijk, nu treinpassagiers door dieven de auto in worden gejaagd.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Surf naar de site www.anno.nl.