Het lijkt ondenkbaar, maar ooit was er geen reclame op tv. Op 2 januari 1967 werd de allereerste tv-reclame uitgezonden. Het ging om een spot voor het lezen van kranten. Door Anno

Wie kent ze niet: Cora van Mora, Leen van Frisia, de Rolo-olifant en klassieker Petje Pitamientje? Of de slogans: 'Foutje, bedankt', 'Alleen als-ie ijs- en ijskoud is', 'Even Apeldoorn bellen' of 'Schat staat de Bokma koud?'?

Reclametypetjes en hun oneliners, we kennen er talloze. En dat is precies de reden dat de in 1965 opgerichte Stichting Ether Reclame (Ster) zo graag reclame op televisie wilde uitzenden. Dankzij de Omroepwet werd dat mogelijk.

Krant

Op 2 januari 1967 werd het eerste reclameblok uitgezonden. De allereerste commercial toonde een graafmachine verpakt in krantenpapier met de mededeling: 'U kunt geen dag zonder de krant, want de krant graaft toch dieper', een reclame van de Nederlandse dagbladen, die concurrentie van tv vreesden. Daarna volgden reclamefilmpjes voor Kwatta-chocola, Gero-bestek, Jumbo-spellen en Zenith-horloges.

Kritiek

Kritiek was er meteen al. Kranten vonden de spots kwalitatief 'matig' en 'vol holle kreten' en in de jaren zeventig werd tv-reclame bijna verboden dankzij feministenprotest. Ze vonden dat vrouwen te vaak als domme en gedienstige huismoeders werden neergezet in reclames.

Acteurs protesteerden tegen het matige acteerwerk in commercials en christelijke politici vreesden de verderfelijke invloed van condoom-, drank- en sigarettenreclames.

Maar tv-reclame bleef bestaan en werd alleen maar groter. In 1970 verschenen de eerste kleurenspots en met de komst van commerciële televisie was de weg helemaal vrij. Sinsdien is tv zonder reclame ondenkbaar.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Surf naar Door Anno.nl.