Bijna een miljard doneerden we in 2005 aan goede doelen, zo werd maandag bekend. Nederlanders zijn gulle gevers als het erop aankomt. Door Anno.

In 1571 liet de Delftse burgemeester Pieter Sasbout zes huisjes rond een hofje bouwen voor de huisvestiging van zes bejaarden. De oudjes hadden na lange zware dienstjaren geen pensioen om op terug te vallen, en Sasbout trok zich hun situatie aan. Als een echte weldoener stond hij toe dat de oudjes gratis in het hofje mochten wonen, als zij maar 'ordelijk en kuis' leefden. Het bezoek mocht bijvoorbeeld niet blijven slapen.

Liefdadigheid

Sasbout is een van de velen die het eigen vermogen inzette om maatschappelijke nood aan te pakken. Aan filantropie of liefdadigheid heeft het in Nederland nooit ontbroken. Particulier initiatief was lang een belangrijke aanvulling op de pogingen van kerk en overheid om zaken als armoede, ziekte of andere behoeften te ledigen. Dat zijn niet altijd de grote rampen.

Speeltuinen

Ook speeltuinen bestaan dankzij burgerlijke betrokkenheid. De eerste openbare speeltuin van Nederland, aan het Tweede Weteringplantsoen in Amsterdam, werd mei 1880 geopend door de fabrikant Nicolaas Tetterode. Het was het begin van de 'speeltuinbeweging', waarbij in heel Nederland mensen aan de slag gingen voor een speeltuin in de eigen wijk.

Kritiek

Kritiek op filantropie was er ook: de nood werd enkel verzacht, en niet opgeheven. Daarvoor is toch echt de overheid nodig. Vanaf begin twintigste eeuw drukte de staat een steeds groter stempel op de maatschappij, en werden problemen structureler aangepakt. Het particulier initiatief is sindsdien steeds minder nodig, tenzij de nood te hoog is. Dan is iedereen bereid om met tijd en geld bij te springen.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Surf naar de site www.anno.nl.