Sepp Blatter is de voorzitter van wereldvoetbalbond FIFA. Hij begon dit jaar de Eerste Bier Oorlog, kreeg in 2005 bijna slaande ruzie met Franz Beckenbauer en ook deze week vindt hij weer iets. Het is altijd opnieuw de vraag wiens belang hij in het oog heeft, naast dat van zichzelf. Door Jurryt van de Vooren / Sportgeschiedenis Weblog

Deze week sprak Blatter zich uit over rijke voetbalclubs, die te veel spelers kunnen kopen. Zo wordt de spanning uit de Europese competities gehaald, aldus de über-bobo. In deze column ga ik niet op de bres springen voor deze verenigingen – kom nou! Want enkele maanden geleden vroeg ik Ajax-voorzitter John Jaakke iets over een conflict tussen de clubs en de FIFA en toen kreeg ik als antwoord dat ik sprak als een Blatter. Dat moet ik natuurlijk erin houden.

Het gaat me vandaag vooral om de geringe diepgang en interne tegenstrijdigheden, die de gedachten van de voorzitter vaak kenmerken. We gaan terug naar september dit jaar, toen de Zwitser een pleidooi hield om nooit meer een WK-finale te besluiten met strafschoppen als na negentig minuten en verlenging de stand nog steeds gelijk is. Liever heeft hij dan een replay dan penalty's als de teams er in die tijd niet zijn uitgekomen.

Een krankzinnige toss

Terug naar vroeger, heet dat, want in 1969 besloot de FIFA namelijk dat de spelregels niet zouden worden veranderd, ondanks een voorstel om strafschoppen in te voren als aan het eind van een pot nog geen beslissing was gevallen. En als voetbalbestuurders besluiten om iets niet te doen, gebeurt het dus meteen. Vraag maar aan trainers, die zojuist hebben gehoord dat ze niet zullen worden ontslagen. Dan wordt het hoog tijd om een vakantie te boeken in een land waar ze niets van voetbal weten.

In 1969 werden wedstrijden nog besloten met replays of zelfs met een loting aan het eind. Wie goed gokte, mocht door na de volgende ronde. Vooral dat laatste klinkt nu te belachelijk voor woorden, waar zelfs Blatter niet meer over begint.

In 1965 bijvoorbeeld was in de Kuip zo’n replay, een derde wedstrijd, tussen Liverpool en FC Köln. De eerste twee ontmoetingen waren gelijk geëindigd en aldus trokken de teams naar Rotterdam om voor eens en altijd uit te maken wie de halve finale van het Europa Cup 1-toernooi mocht spelen. Opnieuw bleef het gelijk en omdat er toen nog geen strafschoppen bestonden als definitieve beslissing werd er geloot. Toen werd het echt lachen.

De scheids wierp de toss - een plat houten blokje – die aandachtig gevolgd werd door spelers, toeschouwers en tv-kijkers. Draaiend vond het object zijn weg terug naar het veld om zich op zijn zij in het gras te boren. Nog steeds was er niets beslist en er werd opnieuw gegooid. Liverpool mocht door, ondanks dat ze in drie wedstrijden niet meer hadden gescoord dan de Duitsers. En zo werden in die tijd vele wedstrijden beslist, totdat de strafschoppen werden ingevoerd.

De kamergeleerde spreekt

Eén argument om die verandering door te voeren, haal ik nu graag eens terug. Want het pleidooi van Blatter in september is namelijk niets anders dan het definitief opgeven van de Amerikaanse markt. Dat is nogal wat voor de geldwolven van de FIFA.

Als kamergeleerde pak ik dan een boek erbij: He Always Puts It To The Right van Clark Miller. In dit schitterende werk pluist de auteur de geschiedenis van de penalty uit en dat heb ik nu net nodig. Miller beschrijft onder meer de discussie eind jaren zestig over het fenomeen dat Blatter nu wil afschaffen in WK-finales. Al die replays vonden we in Europa misschien wel leuk, maar niet in de Verenigde Staten. En daar was en is altijd veel geld te verdienen.

Americans don’t do draws, allitereert Miller prachtig. Aan het eind van een wedstrijd moet er een juichende winnaar zijn en een huilende verliezer en pas dan gaat de Amerikaanse kijker met een tevreden gevoel naar bed. Het idee een avond vrij te hebben genomen voor iets wat een week later beslist wordt, indien het niet opnieuw gelijkspel wordt, is funest. Als de FIFA de Amerikaanse markt wilde veroveren, moest er iets veranderen.

Dat gebeurde dus, waarna de strafschoppen werden ingevoerd. Het hielp dan wel niets in de Verenigde Staten, maar voor risico's nemen moet je nu eenmaal wat tijd uittrekken. Blatter vindt het ruim dertig jaar later blijkbaar voldoende en geeft het definitief op. De replay moet terug.

Van mij mag hij alles zeggen en vinden, zoals het starten van een Bieroorlog of het opnaaien van de rijke clubs van Europa. Maar het valt toch steeds meer op dat hij het ene moment voor het grote geld gaat, zoals bij de verkoop van bier in Duitse stadions, en op een ander moment het plots opneemt voor de minder bedeelden in de sport.

Welk belang dient Blatter toch naast dat van zichzelf? Waar hij komt, is gedonder. Wat hij zegt, is doorgaans in tegenspraak met wat hij eerder vond.

Nee, ik denk toch dat Jaakke zich in mij vergiste toen hij zei dat ik sprak als een Blatter.