Rintje Ritsma is stoer!

Het schaatsseizoen is begonnen en dus is het schieten op Rintje Ritsma. Ton Broekhuisen bijvoorbeeld toonde deze week weer eens aan hoe lachwekkend laag het niveau is van de columnisten van de Metro: ‘Varkenskop, Varkenskop, Rintje heeft geheugenverlies, rot nu eindelijk eens op.’ Door Jurryt van de Vooren/Sportgeschiedenis Weblog.

Eerder dit jaar sprak ik met olympisch kampioene Yvonne van Gennip: "Hoe Nederland omgaat met topsporters is soms schandalig." Nog steeds, dus.

Het was een uiterst boeiende en leuke middag met Van Gennip op haar werk in Haarlem. Met de koningin van de Winterspelen van 1988 sprak ik onder meer over welke Nederlandse sporters op haar het meeste indruk hebben gemaakt. Rintje Ritsma hoort bij dit bijzondere rijtje.

Van Gennip: “Hij verdient erkenning voor alles wat hij heeft gedaan. Door hem is het hele schaatsen veranderd met een succesvolle commerciële ploeg. Hij stond zo lang aan de top en heeft zoveel in beweging gezet. Als je zijn behaalde titels ziet, word je stil van bewondering.”

Wat Ritsma nu overkomt met het niet-eindigende pleidooi om te nokken, zal haar bekend voorkomen. Van Gennip maakte zelf alle negatieve reacties mee na de Olympische Winterspelen van 1988, toen het na drie gouden medailles wat minder ging. Het ene moment was ze de held van het land, het volgende moment de paria.

Niet voor niets zei ze deze week in de Volkskrant: “Laatst las ik dat het tijd werd dat Rintje oprotte. Dat is respectloos. Hij heeft veel voor het schaatsen betekend. Ik vind het stoer dat hij zijn gang gaat en zich niet neerlegt bij alle kritiek die hij krijgt. Dat is karakter."

En hoe wordt dit goede karakter beantwoord? 'Varkenskop, Varkenskop, Rintje heeft geheugenverlies, rot nu eindelijk eens op.'

Wat is er mis met een supersporter, die na zijn sportieve hoogtepunten besluit door te gaan, die voor zichzelf nog steeds de uitdaging ziet om persoonlijke grenzen te verleggen? Door zijn deelname aan wedstrijden staat hij niemand in de weg. Hij geeft juist nog steeds zijn supporters de kans speciaal voor hem naar de schaatshal te komen. En is er ergens in dit land één schaatstalent minder doorgebroken, omdat Ritsma nog steeds de lol heeft om aan wedstrijden op het hoogste niveau mee te doen?

Het lijkt me juist precies tegenovergesteld: door als jonge schaatser samen met iemand als Ritsma op de baan te staan, kan de eerste veel leren van de enorme ervaring van de oude rot. Als er ergens een sporter met een sterk gestel is, is het Ritsma wel. Niet alleen, omdat hij zo’n beetje alles heeft gewonnen wat op zijn pad kwam, maar ook omdat door zijn profploeg het schaatsen voor altijd van aanzien is veranderd.

Om rijk te worden met schaatsen, is een verdienste van met name Ritsma. Het complete Nederlandse schaatsen is dus enorm ontwikkeld door zijn aanwezigheid. Zo’n schaatser moet je koesteren! Hij heeft zoveel respect verdiend dat een andere schaatser hem eigenlijk pas na twee wereldtitels niet meer hoeft aan te spreken met Mijnheer Ritsma.

Sportjournalisten

Sportjournalisten uit dit kleine landje, mag ik u daarom een verzoek doen? Kunt u zich misschien richten op het werk waarvoor u betaald wordt: het verslaan van schaatswedstrijden? Als Ritsma daarin twintigste en laatste wordt, schrijft u dat op. Maar ga niet elk weekend opnieuw die vraag stellen, die nu al duizend keer is gesteld. "Rintje, wanneer hou je ermee op?"

Ongetwijfeld zal dat stoppen ervan komen, zoals we allemaal ooit zullen ophouden met roken, maar dat zien we dan wel weer. O ja, Ton Broekhuisen: wanneer rot je zelf eens op?

Tip de redactie