Steeds meer mensen in Nederland vieren griezelfeest Halloween. Het 'typisch Amerikaanse feest' keert daarmee terug naar haar Europese roots. Door Anno

In heksenkostuums of skelettenpakken met uitgeholde pompoenen elkaar de stuipen op het lijf jagen. Langs de deuren voor een 'trick-or-treat'. Amerika beweert graag dat Halloween een Amerikaans feest is, maar het is veel Europeser dan wordt aangenomen.

Keltisch

Halloween stamt af van het oud-Keltische nieuwjaarsfeest, dat op 1 november viel. De Kelten geloofden dat de geesten van de overledenen die dag terugkeerden naar hun oude huis. Met lantaarns, gemaakt van uitgeholde kalebassen of bieten, wezen ze hen de weg. Ook legden ze eten voor hen klaar. Om kwade geesten op afstand te houden droegen de Kelten angstwekkende maskers.

Ook de tot het christendom bekeerde Keltische stammen bleven het heidense feest vieren. Daarom bedacht paus Gregorius VI in de negende eeuw een oplossing. Hij verplaatste de katholieke feestdagen Allerheiligen en Allerzielen, waarop alle heiligen en gestorvenen werden herdacht, naar 1 en 2 november. De avond voor Allerheiligen werd in Engeland omgedoopt tot All Hallows' eve (Allerheiligenavond), ofwel Halloween.

Allerzielen

In de zestiende eeuw werd het katholieke Allerheiligen door veel protestantse machthebbers verboden, waaronder ook in Nederland. Gemigreerde katholieke Ieren brachten Halloween in de negentiende eeuw naar Amerika. Daar groeide het uit tot het feest dat wij nu kennen. Nieuw is de 'trick': een avond per jaar mogen kinderen ongestraft kattenkwaad uithalen.

De 'treat' stamt af van de gewoonte dat armen op Allerzielen langs de huizen mochten gaan om te bedelen. Bij gebrek aan kalebassen en bieten vonden de Ieren een alternatief: de pompoen, hét symbool van Halloween.