Op 23 oktober 1956 brak in Hongarije een opstand uit tegen de communistische regering. Toen die door Russische tanks werd onderdrukt, vloog ook in Nederland de vlam in de pan. Nederlandse communisten kregen het zwaar te verduren. Door Anno.

Hongarije was in 1956 een communistisch land en stond onder invloed van de Sovjet-Unie. Onenigheid over de politieke toekomst van het land leidde op 23 oktober tot een gewapende opstand tegen de communistische regering. Die riep de Sovjet-Unie te hulp, waarna Russische tanks vanaf 4 november de opstand de kop indrukten.

Emoties

In Nederland leidde dit tot heftige emoties. Al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 was er in de wereld een 'Koude Oorlog' aan de gang tussen communistische en kapitalistische landen. Echt oorlog was het niet, maar iedereen hield zijn hart vast als de belangrijkste landen met atoomwapens, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, hun spierballen lieten zien.

Nederlandse communisten waren tot dan toe buiten schot gebleven. In Nederland waren communisten niet altijd geliefd, maar wel gerespecteerd vanwege hun rol in het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Dat sloeg om toen er tanks in Hongarije door de straten rolden. Ineens werden de communisten gehaat vanwege hun steun aan de Russen.

Bij communisten thuis werden de ruiten ingegooid. Sommige communisten werden in elkaar geschopt en bij het hoofdkantoor van de communistische partij, de CPN, was drie dagen lang een belegering gaande van woedende jongeren. Vanaf dat moment konden de communisten geen goed meer doen. De Koude Oorlog was nu ook in Nederland echt begonnen.

Anno NU

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Surf naar www.anno.nl.