Ook vroeger was het belangrijk wat de Nederlander van zijn geschiedenis moest weten. De canon die rond 1800 ontstond hield het vol tot na de Tweede Wereldoorlog. Door Anno.

Tot 1795 was Nederland een republiek met verschillende provincies. Die hadden allemaal hun eigen bestuur en hadden niet allemaal even veel te zeggen over de Republiek. Aan die verdeeldheid kwam een einde in de periode 1795 - 1813. De republiek werd toen opgeheven en Nederland werd een eenheid onder een koning.

Nederland was nu één land, een 'natie'. Maar die natie had wel een probleem. De bevolking was het niet eens over welke kant het op moest met dit nieuwe land. 'Nationalisten' hadden het beste voor met Nederland en verzonnen dingen om van de verdeelde bevolking één te maken.

Goed burger

De geschiedenis moest daarbij helpen. Geschiedenis werd toen gezien als 'leermeesteres van het leven'. Als je je geschiedenis kende, zou het je helpen een goed burger te zijn. Geschiedenis leerde je volgens de nationalisten namelijk over 'nationale deugden' als gehoorzaamheid, trouw, tolerantie en zuinigheid. Als voorbeeld werd dan Willem van Oranje genoemd, Michiel de Ruyter of Erasmus. Belangrijke mannen die in hun daden hadden laten zien hoe het moest, een goed Nederlander zijn.

Het einde van dit geschiedbeeld kwam vanaf de jaren 1960. In de anti-autoritaire jaren 1970 verzetten mensen zich tegen geschiedenis die van bovenaf was opgelegd. Ook waren allerlei onderwerpen slecht in de officiële geschiedenis te vinden: vrouwen, immigranten, de slavernij. Sindsdien is Nederland op zoek naar een nieuwe geschiedenis. Het liefst eentje die goede burgers van ons maakt, maar die niet nadrukkelijk wordt opgelegd.

Anno NU

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Surf naar www.anno.nl.