De datum is makkelijk te achterhalen: Het was zondag 1 september 1985. Op dat moment wist ik echter nog nauwelijks wat maanden of jaren waren. Mijn universum was nog niet veel groter dan de zandbak in onze achtertuin, plus de zandbak bij m'n kleuterschool. Door Rob de Haan.

We waren die middag op familiebezoek. De zomer liep ten einde. Alsof de natuur dat wilde benadrukken, was de lucht grijs geverfd. De hele familie zat dan ook binnen, terwijl ik op ontdekkingstocht door de tuin liep.

In deze achtertuin was geen zandbak te bekennen. Vreemd. Wat deden de mensen die daar woonden dan hele middagen? Of gebruikten ze dat donkere zand tussen de planten en bomen om hun zandkastelen mee te bouwen?

Belangrijk

De deur tussen de tuin en de woonkamer stond half open. Ik stak mijn hoofd er doorheen. ‘Mag ik…’ Niemand leek door te hebben dat ik iets zei. De volwassenen zaten met serieuze gezichten naar de tv te kijken. Daarop was vast iets zeer belangrijks te zien, waarbij ik hen beter niet kon storen.

Ik keerde me om en liep terug de tuin in. Het viel me nu pas op hoe stil het daar was. Doodstil. Alsof niet alleen alle grote mensen ter wereld, maar ook de vogels en zelfs de windvlagen hun huiskamers hadden opgezocht, om naar de tv te kijken. Wat zou daar dan op te zien zijn?

Misschien wel iets heel ergs. Misschien was sinterklaas wel dood! Of nee, dan zouden ze mij dat natuurlijk wel hebben gezegd. Het zou vast gaan om iets heel belangrijks voor de mensheid, waarvan de volwassenen dachten dat het nog te ingewikkeld voor mij zou zijn.

Gehypnotiseerd

Ik sloop terug naar de schuifdeur en keek weer naar binnen. Wederom had niemand mij door. Blijkbaar had de spanning in de kamer een hoogtepunt bereikt. De volwassenen kropen allemaal naar de punt van hun stoel en keken gehypnotiseerd naar de tv.

Nu keek ook ik naar dat scherm. Daarop zag ik een groep mensen fietsen. Vervolgens zag ik dat vlak daarvoor iemand in z’n ééntje fietste, in een oranje shirt. Uit de speakers van de tv klonk een stem, waarvan ik nog niet wist, dat ik hem de volgende 23 jaar nog duizenden uren zou horen: ‘Rijden Joop!'

Feeststemming

Even later stak de man die in z’n ééntje fietste, zijn handen in de lucht. Hij keek extreem blij. Ondertussen werd er in de woonkamer zo luid gejuicht, als ik nog nooit had gehoord. Er werden flessen ontkurkt. Een zak chips werd opengetrokken en in een schaal leeg gegooid. In één klap was de gespannen stemming omgeslagen in een feeststemming. Blijkbaar allemaal dankzij die fietsende mijnheer op de tv.

Ik wist op dat moment nog niet eens wat de woorden ‘wereldkampioen’ en ‘wielrennen’ betekenden. Maar dat ik alles te weten moest komen van die fietsende mensen op tv, wist ik zeker.