Burgemeester Cohen van Amsterdam en Matthijs van Nieuwkerk begrijpen het niet. Waar zijn de Olympische Spelen van 1928 gebleven? "Raar!" Door Jurryt van de Vooren / Sportgeschiedenis.nl

De Olympische Spelen van 1928 horen in de canon van de Amsterdamse geschiedenis. Dat zei burgemeester Cohen woensdag in de De Wereld Draait Door. “Het is één van de dingen waarover we moeten nadenken.” Meer kon hij niet zeggen, want daarna kaapte Matthijs van Nieuwkerk de uitzending.

“Sport speelt niet zo’n hele grote rol”, constateerde de presentator terecht over deze canon. Hierin zijn vijftig vensters opgenomen uit de geschiedenis van de hoofdstad, waarbij de Olympische Spelen van 1928 niet waardevol genoeg werden geacht om hiervan onderdeel uit te maken. Het enige sportmoment dat is opgenomen is Nummer 14, ofwel Zijne Koninklijke Cruijffheid.

“Een canon is altijd oneerlijk”, zei historicus Piet de Rooij eerder deze week tijdens de presentatie. Hij is voorzitter van de commissie die deze samenstelde. Volgens hem wordt met de canon aangetoond dat Amsterdam een emancipatiemachine is geweest. Als dat inderdaad zo is, kunnen de Olympische Spelen van 1928 al helemaal niet meer worden genegeerd.

De wereld was welkom

Er was niets zo emanciperend als dit evenement, want Amsterdam maakte toen kennis met de grote wereld buiten de eigen landsgrenzen. Nederland was tachtig jaar geleden een geïsoleerd land en kende amper de internationale normen. Dat gold al helemaal voor de sport, totdat ons land in de zomer van 1928 kennismaakte met alle grote internationale sporters van zijn tijd: Johnny Weismuller, Paavo Nurmi, Lord Burghley, Betty Robinson, Halina Konopacka, Dhyan Chand, Bobby Pearce – om er maar eens een paar te noemen.

Meteen na afloop van deze Spelen werd in kranten en door sportliefhebbers geconstateerd dat de Nederlandse sport nooit meer hetzelfde zou zijn. Met de komst van de wereld naar Amsterdam was duidelijk geworden wat de internationale sport voorstelde. En die had zich veel verder ontwikkeld dan hier tot 1928 werd gedacht.

Zwemmen en atletiek

Acht jaar later vertaalde zich dat bewustzijn op de Spelen van Berlijn toen de Nederlandse dameszwemmers op vier van de vijf afstanden goud wonnen. In korte tijd was Nederland bij de vrouwen dus uitgegroeid tot het beste zwemland ter wereld – uitermate emanciperend!

En ook in de atletiek was de Nederlandse opkomst sinds 1928 indrukwekkend geweest met sporters als Tinus Osendarp, Wim Peeters, Tollien Schuurman, Chris Berger, Jan Zeegers en de nog jonge Fanny Koen. Nederland was in de jaren dertig toonaangevend geworden in de sprint met de Europees kampioenen Berger en Osendarp. De laatste won zelfs twee keer brons op de Spelen van 1936, achter het Amerikaanse sprintgeweld van Jesse Owens.

Zowel zwemmen als atletiek waren ook in die tijd de belangrijkste olympische sporten, naast het turnen. Door de Spelen van 1928 speelde Nederland hier opeens een voorname rol in, die daarna bruut werd onderbroken door de bezettingsjaren.

Model voor de toekomst

Deze Spelen zijn verder beslissend geweest voor de emancipatie van het Internationaal Olympisch Comité. Tot en met 1924 mochten vrouwen niet meedoen aan het atletiek en turnen. In Amsterdam werd een einde gemaakt aan deze uitsluiting, waardoor dit evenement onder internationale sporthistorici wordt gezien als heel belangrijk én emanciperend. Douglas MacArthur – de latere generaal - schreef als voorzitter van het Amerikaanse Olympische Comité een officieel verslag van Amsterdam 1928 en noemde dit evenement zelfs ‘a model for the future’.

En toch zei De Rooij in Het Parool: “De Olympische Spelen stonden lang op de groslijst, maar zijn afgevallen omdat ze een kortdurend effect op de stad hadden. Uitzondering daarop is het Olympisch Stadion, maar dat valt onder Plan Zuid.”

“Dat is raar”, zei Van Nieuwkerk. En Cohen voegde daaraan toe: “Dat is één van de dingen waarover we moeten nadenken. De Olympische Spelen van 1928 zouden een venster kunnen zijn.” En inderdaad is het raar dat tot in de Verenigde Staten toe de Spelen van 1928 worden gezien als beslissend voor de toekomst, maar dat het voor Piet de Rooij onzichtbaar is.

Een herkenbaar patroon

De Rooij wordt hierdoor overigens wel onderdeel van een langdurig historisch proces - in zijn beroepsgroep een compliment. Keer op keer wordt namelijk de waarde van de Olympische Spelen en het Olympisch Stadion ontkend, ongeacht de mening van het grote publiek. De Olympische Spelen van 1928 kregen geen officiële steun en konden daarom pas doorgaan na een publieksactie. Eind vorige eeuw werd het Olympisch Stadion met sloop bedreigd, maar bleef bestaan na een publieksactie.

En nu wordt dus gezegd dat de Spelen een kortdurend effect op de stad hadden. Welke effecten die allemaal niet hebben gehad, wordt helaas verzwegen.

Het wordt daarom tijd voor een nieuwe publieksactie om het belang van de Olympische Spelen van 1928 te doen voelen bij de canoncommissie. Schrijf daarom hier waarom de Olympische Spelen van 1928 in de Canon van Amsterdam moeten.

Burgemeester Cohen en Matthijs van Nieuwkerk weten nu dus waar ze zich moeten melden als ze het woensdag serieus meenden.

Hier reageren.