De K2-berg staat hoog op het verlanglijstje van iedere bergbeklimmer. Dat de beklimming van deze berg niet zonder risico is, bleek afgelopen weekend weer eens. Een andere geliefde berg stond tot 1963 op Nederlands grondgebied: de Carstensz-piramide in Nieuw-Guinea. Door Anno.

De Nederlandse ontdekkingsreiziger Jan Carstensz verkende in 1623 het gebied rond Nieuw-Guinea per schip. Hij zag als eerste Europeaan een “overhoogh geberghte dat op vele plaatsen wit met snee bedect lach”. In Nederland lachten ze hem uit: zo dicht bij de evenaar kon toch zeker geen sneeuw liggen?

Maar toen de Nederlandsche Nieuw-Guinea Petroleum Maatschappij in 1936 op zoek ging naar olie, zag directeur Anton Colijn met eigen ogen de besneeuwde toppen en gletsjers.

De oudste zoon van premier Hendrik Colijn was een fanatiek alpinist en wilde dolgraag als eerste op de hoogste top staan.

Expeditie

Geoloog Jean Jacques Dozy en marinier Frits Wissel offerden graag hun vakantie op voor de expeditie. Na 28 dagen, waarvan 14 door bijna onbegaanbare rimboe, bereikten ze een bergweide die toegang gaf tot drie toppen.

Omdat ze niet wisten welke de hoogste was, besloten ze alle drie de toppen te beklimmen. Twee keer haalden ze het, maar de Carstensz-piramide liet zich niet bedwingen: na vier pogingen vol barre sneeuwstormen, onweer en lawines, gaven de mannen het op.

Piramide

Later bleek nou net deze Carstensz-piramide de hoogste van drie te zijn. Deze top bleef nog jarenlang onbetreden: pas in 1962 bereikte Heinrich Harrer, de auteur van Seven years in Tibet, hem als eerste.

De Carstensz-piramide is de hoogste berg van Oceanië. Een groot deel van dat continent is ontdekt door de Nederlander Abel Tasman.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.