Nu het EK ook afgelopen is voor de landen die wél de finale haalden, is het tijd om nog even een talig puntje op de i te zetten. Want waaraan bezondigden de Spanjaard David Villa, de Duitser Christoph Metzelder en de Portugees Petit zich nu eigenlijk: een schwalbe of een fopduik? Door Onze Taal.

Beide woorden betekenen 'je met veel vertoon laten vallen om een penalty te versieren'. Maar welk van de twee was op het EK de winnaar? Dat is nog niet zo makkelijk vast te stellen. Alle tv-commentaren en krantenverslagen turven is wat veel gevraagd, zelfs voor de grootste voetbalfan. Misschien kan Google helpen?

Hits

Veel woorden blijken er op internet niet vuil te zijn gemaakt aan deze gevallen. Allereerst toernooitopscorer David Villa en zijn schwalbe in de kwartfinale tegen Italië, die hem een gele kaart opleverde. Er blijken zes Nederlandstalige sites te zijn die aandacht schonken aan het incident; vijf daarvan hadden het over een schwalbe, één over een fopduik.

En dan was er de 'botsing' tussen Christoph Metzelder en Petit tijdens een andere kwartfinale: Portugal-Duitsland. Beide spelers duikelden opzichtig bij een onderling duel waarbij ze elkaar zelfs niet leken te ráken. Er is niet heel veel over terug te vinden; de twee sites die erover schrijven noemen het een schwalbe, de fopduik ontbreekt hier.

Verder werd er niet zo heel erg veel geduikeld op het EK - of het gebeurde zó goed dat het niet werd gezien. Ook Arjen Robben, die toch een stevige reputatie heeft op dit gebied, viel vooral op door andere dingen, zoals een prachtig doelpunt. Maar rondom het EK werd er natuurlijk wel veel geschreven over zijn 'vallende ziekte'. De sporen die daarvan op het internet te vinden zijn, leveren zo'n vierhonderd keer schwalbe op, tegenover slechts een keer of twintig fopduik.

Oudere papieren

Met alle slagen om de arm die daarbij horen kun je dus zeggen dat er rond dit EK veel vaker sprake was van een schwalbe dan van een fopduik. Tien keer vaker zou kunnen, maar meer is ook heel goed mogelijk.

Het grote verschil komt vast doordat schwalbe wat oudere papieren heeft. Afkomstig uit het Duits (eine Schwalbe is een zwaluw) nestelde het woord zich in de jaren negentig in onze taal. Van Dale nam het in 1999 op. Fopduik diende zich een paar jaar later aan, in 2002 om precies te zijn. Toen kraaide Mart Smeets in Studio Sport dat het Nederlands was verrijkt met dit nieuwe woord, dat commentator Evert ten Napel even daarvoor in dezelfde uitzending had laten vallen.

Peppi en Kokki

Fopduik kreeg uiteindelijk in 2005 ook een vaste basisplaats in Van Dale, met als betekenisomschrijving kort en krachtig: "schwalbe". Op die definitie is op zich natuurlijk weinig af te dingen, maar er kriebelt toch een klein verschil. Waar zit 'm dat in? Fopduik klinkt om te beginnen onmiskenbaar oubolliger dan schwalbe - niet voor niets vond Volkskrant-journalist Paul Onkenhout fopduik vanaf het begin al behoorlijk "Peppi en Kokki".

Maar misschien is er meer. In de UEFA Cupwedstrijd van PSV tegen Helsingborgs IF, in februari dit jaar, demonstreerde PSV'er Danko Lazovic een schoolvoorbeeld van een schwalbe; de scheidsrechter trapte er met open ogen in, en gaf PSV een penalty. De Radio 1-commentator noemde het bijna juichend 'een fopduikje'.

Het valt niet te bewijzen, maar als de spits van Helsingborg dit had geflikt, zou de commentator vast een ander woord hebben gekozen dan "fopduikje". In die verkleinvorm zit iets wat het woord fopduik zelf ook aankleeft: iets liefkozends en uiteindelijk iets vergoelijkends. We zien een schwalbe, maar het is wel ónze schwalbe, en we noemen het een fopduik. Of een fopduikje.

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.