Nederland is in de ban van het EK voetbal, en veel woonwijken zijn behangen met oranje vlaggetjes. Toen het Nederlands elftal op 30 april 1905 haar eerste wedstrijd speelde, was voetbal nog veel meer een sport voor de rijke burgers. Door Anno.

“We” moesten tegen België, en wonnen in Antwerpen met 4-1. Het Rotterdamsch Nieuwsblad behandelde voor de return de spelregels tot in detail. Zanger Paul Davids hield het simpel: “Wie de voetbal in ’t net schopt hèt een goaltje. En wie de meeste goaltjes krijgt die wint de pot.” Blijkbaar was nog niet iedereen op de hoogte.

Voetballen, dat deed je nog niet op straat. Een voetbal was duur, en arme kinderen hadden vaak niet eens tijd om te spelen, die moesten werken.

Rijkeluiszoon Pim Mulier introduceerde het football in 1875 in Nederland. Na veel zeuren wees de Haarlemse burgemeester Jordens hem een veldje toe om te gebruiken “als worstelperk voor U en Uw kornuitjes”.

Bondselftal

Mulier stond ook aan de wieg van het eerste bondselftal uit 1894, de voorloper van het Nederlands elftal. Spelen voor “oranje” had toen nog niet de mythische heldenstatus van nu: de spelers speelden in hun “eigen” clubtenue.

Dat was nogal verwarrend voor de scheidsrechter, dus werd er toch koortsachtig overlegd over één nationaal tenue. Uiteindelijk werd dat een wit shirt met het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag op de borst.

Oranje

Bij wijze van compromis mochten de spelers wél hun eigen clubkousen aan. Pas in 1907 werden de shirts oranje. Hoewel de wedstrijden toen wel al veel publiek trokken, werd voetbal pas na de Eerste Wereldoorlog een echte volkssport.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.