Microsoft wil paal en perk stellen aan het gebruik van zijn merknaam MSN. Maar het werkwoord msn'en blijft gewoon in Van Dale staan met de betekenis 'berichten en bestanden uitwisselen via een messenger'. Zijn woordenboeken de baas over het Nederlands? En wie bepaalt er of het hij word of hij wordt moet zijn? Door Onze Taal.

De Nederlandse spelling heeft een soort van 'baas': de Nederlandse Taalunie. Er is een Spellingwet die bepaalt dat je de Taalunieregels moet volgen. Maar het is een rare wet: hij geldt alleen voor de overheid en het onderwijs, en je kunt hem ongestraft overtreden.

Gelukkig is taal meer dan spelling. Sterker nog, spelling ís volgens velen geen taal, het zijn alleen maar afspraken over de notatie ervan. De taal zelf bestaat uit grammatica (de structuur) en de woordenschat (de bouwstenen). Daar zijn vast ook wel officiële regels voor, of niet soms?

Boeken

Nee dus. Het grootste deel van de grammatica gaat vanzelf: bijna iedereen is het er wel over eens wat je in het algemeen een goede Nederlandse zin kunt noemen en wat niet. Er zijn ook dikke boeken die beschrijven hoe het Nederlands precies in elkaar zit, als je dat zou willen weten.

Voor advies over detailkwesties, zoals enkelvoud of meervoud, hen of hun en d's en t's, kun je terecht in boeken als Jan Renkema's Schrijfwijzer (of bij ons) - maar wat taaladviseurs goed of fout vinden, is gebaseerd op vakkennis, taalgevoel en vooral gewoonte. Geen enkele wet bepaalt wat een goede zin is en wat niet.

Woordenschat

En de Nederlandse woordenschat, is daar wel een autoriteit voor? Nee, ook al niet. Soms probeert iemand (vaak een bedrijf) het gebruik van een woord te verbieden, maar dat is meestal tot mislukken gedoemd.

Iemand die zijn jaloezieën van Xenos of IKEA 'luxaflex' noemt, of een café dat Sourcy serveert als je een 'spaatje' bestelt, overtreedt het merkenrecht niet: het Nederlands heeft van die merknamen gewone woorden gemaakt. Hooguit kan Microsoft of Luxaflex aan Van Dale en andere woordenboekenmakers vragen een ®'etje of TM'etje bij zo'n woord te zetten. Wat woordenboeken doen, is namelijk de Nederlandse woordenschat beschrijven, niet vóórschrijven.

Vaktermen

Die woordenschat is overigens veel groter dan in een woordenboek past: talloze vaktermen staan er niet in, en je kunt oneindig veel nieuwe woorden vormen door bestaande aan elkaar te plakken. En zoals bekend zijn we ook erg ijverig als het om het lenen van woorden uit andere talen gaat. Er verschijnen en verdwijnen voortdurend woorden in het Nederlands en daar heeft niemand de regie over.

Het Nederlands is kortom een soort anarchie. Eigenlijk een wonder dat dat geen enorme warboel oplevert!

Reageren? Ga naar www.onzetaal.nl.