In de Verenigde Staten is het gebruik van telefoontaps weer sterk gestegen. Dat leidt terecht tot kritische vragen over nut en noodzaak en de balans tussen opsporingsbelang en burgerrechten. Maar in Nederland wordt bijna 100 keer zo veel afgetapt, zonder dat de overheid enige verantwoording aflegt. Door Remy Chavannes.

In de Verenigde Staten zijn in 2007 volgens recent gepubliceerde cijfers in totaal 2208 tapbevelen uitgevaardigd in opsporingsonderzoeken, een stijging van 20% ten opzichte van 2006. WebWereld kopte dus terecht dat het aantal telefoontaps in de VS "blijft stijgen"

Uitbreiding

Het aantal geheime tapbevelen op verzoek van de veiligheidsdiensten is ook sterk gestegen: van 1012 in 2000 naar 2370 in 2007. De American Civil Liberties Union (ACLU) sprak van een "Unprecedented Expansion Of Government Spying."

Dan is het misschien even schrikken als je deze cijfers vergelijkt met de laatst bekende cijfers uit Nederland. In 1998, toen terreurdreiging nog iets voor de buitenlandpagina's was, werden alleen al in Amsterdam 3200 taps geplaatst.

In heel Nederland werden zo'n 3000 vaste telefoons en 7000 mobiele telefoons afgeluisterd door de opsporingsdiensten (cijfers van de veiligheidsdiensten zijn niet bekend).

Rapportage

Als je die cijfers relateert aan het aantal inwoners (16 miljoen versus 300 miljoen) kom je tot de conclusie dat er in Nederland in 1998 ongeveer 85 keer meer getapt is dan in de VS in 2007.

Nederland en Amerika verschillen niet alleen in de hoeveelheid taps, maar ook in de mate van openheid daarover. De VS heeft sinds 1968 een wet die de rechterlijke macht verplicht om jaarlijks een uiterst gedetailleerde rapportage te publiceren.

Veroordelingen

Zo weten wij bijvoorbeeld dat 94% van de reguliere taps in 2007 op mobiele telefoons werden geplaatst, dat 81% van de taps werd ingezet in drugszaken en dat 30% van de onderschepte communicatie belastend materiaal opleverde.

Die taps kostten gemiddeld 48.477 dollar per stuk maar hebben wel geleid tot 4830 arrestaties en 984 veroordelingen.

Meer dan 50% van het totale aantal tapbevelen in 2007 werd afgegeven in Californië en New York. In de helft van de staten zijn überhaupt geen taps geplaatst.

De Nederlandse cijfers over 1998 werden daarentegen pas bekend na een jarenlange procedure op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. Sindsdien hebben ministers er voor gezorgd dat er simpelweg geen cijfers werden bijgehouden, of zijn tapstatistieken zelfs als staatsgeheim aangemerkt.

Belofte

Eind 2006 heeft de minister onder druk van de Tweede Kamer toegezegd tapstatistieken te gaan bijhouden, maar zijn recente belofte om uiterlijk eind maart 2008 de totaalaantallen over 2007 te publiceren is hij niet nagekomen. De Kamer is die belofte waarschijnlijk al weer vergeten.

Laten we wel zijn: het is goed dat justitie bij een ernstige verdenking met toestemming van de rechter-commissaris een telefoontap kan plaatsen.

Of het toepassen van die bevoegdheid in een specifiek opsporingsonderzoek terecht is, hangt er van af: hoe ernstig is de verdenking, is een tap nuttig in het opsporingsonderzoek, is er een minder verstrekkend middel dat ook werkt, enzovoorts.

Je kunt dus moeilijk in zijn algemeenheid zeggen dat er in Nederland 'te veel' wordt afgetapt.

Waarborgen

Maar dat er veel te weinig verantwoording wordt afgelegd over het gebruik van dit middel, is evident. Cijfers over de laatste tien jaar zijn er simpelweg niet en de openbaarheid die is toegezegd is minimaal.

Vergelijk dat met het Amerikaanse rapport over 2007, dat per tap rapporteert over aanleiding, duur, kosten en opbrengsten. Zijn zij nou zo slim of zijn wij nou zo dom?

Er is wel meer mis met de wettelijke waarborgen rondom het aftappen. Zo wordt de wettelijke verplichting van justitie om degene die wordt afgetapt daarover naderhand te informeren zodra het onderzoek dat toestaat (de notificatieplicht), in de praktijk massaal genegeerd.

Het meest stuitend en basaal blijft echter de voortdurende weigering om ook maar enige openheid van zaken te geven over de hoe vaak, in welke gevallen en met welk effect dit ingrijpende opsporingsmiddel wordt ingezet.

Nakomen

Vrijdag werd bekend dat de opsporingsdiensten weer nieuwe wetgeving willen om het volgen van burgers te vergemakkelijken: het moet maar uit zijn met anoniem prepaid bellen en ongeregistreerd internetten in de openbare bibliotheek.

Wat mij betreft houden we even op met nieuwe bevoegdheden en gaan we eerst eens rustig de bestaande toezeggingen nakomen.