Streng gelovige protestanten in Zeeland en Veluwe weigeren hun kinderen in te enten. Daardoor heerst er momenteel weer een bof-epidemie in die gebieden. In de negentiende eeuw was inenten nog gewoon verplicht. Door Anno.

De oude Chinezen probeerden al besmettelijke ziektes te bestrijden, zoals de meestal dodelijke pokken.

Om een gezond mens afweerstoffen te laten aanmaken, stopten ze een korst van een pokkenlijder in zijn neus. Dat kón helpen, maar je kon ook 'echt' ziek worden en er aan overlijden.

Koeien

Een modernere methode ontstond in 1796, toen de Engelse dokter Jenner ontdekte dat meisjes die koeien molken afweerstoffen opbouwden tegen pokken van koeien. Die afweerstoffen bleken ook te werken tegen mensenpokken.

De Rotterdamse stadsgeneesheer L.S. Davids vaccineerde in 1800 het eerste Nederlandse kind. Daarna verspreidde hij de techniek over de Nederlandse steden.

Pokkenbriefje

Acht jaar later verplichtte Koning Lodewijk Napoleon alle armen om zich te laten inenten. En vanaf 1823 mochten kinderen zelfs niet meer naar school zonder 'pokkenbriefje', een bewijs dat ze waren ingeënt. Maar de protestanten zagen de ziekte als een 'straf van god', en wilden niet tegen 'zijn wil' ingaan.

Tijdens de epidemie van 1871 stierven dan ook veel kinderen in de streng-protestantse wijken van Amsterdam. In heel Nederland bezweken 23.000 mensen.

Tetanus

De 'inentingsplicht' bleef lang onderwerp van discussie, en werd pas in 1976 helemaal afgeschaft. Toen waren de pokken al bijna uit de wereld verdwenen. Intussen was er wel een uitgebreid vaccinatieprogramma opgezet tegen onder andere difterie, tetanus en polio.

En er wordt steeds meer geprikt: de Gezondheidsraad wil nu ook meisjes vanaf 12 jaar tegen baarmoederhalskanker inenten.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.