Wat vorig jaar de meest blijvende bijdrage van Rita Verdonk aan de Nederlandse democratie beloofde te worden, is van korte duur gebleken. Ondanks haar beste pogingen om met Ayaan Hirsi Ali ook de nieuwe Mediawet het land uit te zetten, gaat de wet ingrijpend op de schop. Maar de grootste wijzigingen komen later. Door Remy Chavannes.

Met het opblazen van het kabinet-Balkenende II had Verdonk ook het D66-project Nieuwe Mediawet geruimd. Rustig doormodderen op de oude koers, leek sindsdien het devies. Totdat minister Plasterk vorige week een eigen voorstel indiende bij de Tweede Kamer.

Gedrocht

Het wetsvoorstel van Plasterk is wederom een compleet nieuwe Mediawet. Wetgevingsjuristen houden nu eenmaal van systematische schoonheid en de huidige Mediawet is inderdaad door tientallen wijzigingen sinds 1987 een onleesbaar gedrocht geworden.

Maar de schijn bedriegt. Inhoudelijk brengt de nieuwe Mediawet van Plasterk namelijk veel minder nieuws dan het gesneuvelde voorstel van D66-staatssecretaris Van der Laan. Ook de toelichting op het voorstel ademt rust uit. En daar is vooral de publieke omroep heel blij mee.

Misschien wel het beste nieuws is dat de voorgestelde nieuwe wet minder dan 28.000 woorden telt. Ter vergelijking: de huidige Mediawet telt bijna 34.000 woorden. Voor deze reductie van maar liefst 20 procent verdienen de wetgevingsambtenaren sowieso onze dank.

Multimediawet

Maar wat stelt de minister inhoudelijk voor? Eerst en vooral moet de publieke omroep helemaal multimediaal worden. Podcasts en Uitzending Gemist zijn maar het begin. Op dit moment heeft de publieke omroep een ‘hoofdtaak’ met drie televisiezenders en zes radiozenders, aangevuld met multimediale ‘neventaken’ zoals themakanalen en websites.

In de toekomst vervalt dat onderscheid en moet de publieke omroep via alle denkbare kanalen de programmering aan de man te brengen. Alle vormen van elektronisch aanbod, ongeacht de distributiewijze, behoren voortaan tot de taakopdracht van de publieke omroep.

Mediaspam

De nieuwe Mediawet brengt dus een soort staatsgefinancierde, ethisch verantwoorde, onberispelijk pluriforme mediaspam: waar je ook komt en wat je ook doet, die publieke programmering weet je wel te vinden.

Het spamverbod in de Telecommunicatiewet wordt weliswaar binnenkort uitgebreid met een bel-me-niet register, maar een opt-out voor de publieke omroep behoort niet tot de mogelijkheden.

Inspiratie

Ook de Nederlandse commerciële omroepen kunnen tevreden zijn met het wetsvoorstel. Bestaande voorschriften over reclame worden versoepeld. Binnenkort mogen meer programma’s vaker worden onderbroken, met meer en ook kortere reclamereclameblokken.

De commerciële omroepen mogen u straks ook trakteren op split-screen reclame. Uw favoriete afslankprogramma hoeft niet voor te worden onderbroken voor de commercial break maar kan het scherm gewoon delen met dat inspirerende kuipje glimmende Becel.

Verder snoeien

In de paragraaf over commerciële omroep moet nog een stuk verder worden gesnoeid. Deskundigen betogen al jaren dat alles wat verder gaat dan een generiek verbod op misleiding van het publiek en het beschadigen van minderjarigen overbodig is – en daar is veel voor te zeggen.

Zelfs na deze integrale vernieuwing is de wetgever nog niet klaar. De toelichting kondigt meteen al weer twee nieuwe wijzigingen aan, die deze respectievelijk volgende zomer zullen worden ingediend. De eerstvolgende wijziging heet de Erkenningswet en gaat over relatie tussen het aantal leden van een publieke omroepvereniging en de hoeveelheid zendtijd. Zie daarover mijn column uit oktober.

Mediadiensten

De volgende, meer ingrijpende wijziging komt volgend jaar en wordt voorgeschreven door de onlangs vastgestelde nieuwe Europese richtlijn voor audiovisuele mediadiensten. Vanaf eind 2009 moet de Mediawet niet alleen gaan over traditionele televisieomroep, maar ook over allerlei televisieachtige diensten zoals video on demand.

Of die wetswijziging zo eenvoudig wordt als de minister nu schrijft, waag ik te betwijfelen. Het onderscheid in de nieuwe richtlijn tussen lineaire diensten (omroep, veel regels) en niet-lineaire diensten (on-demand, weinig regels) lijkt op papier helder, maar is dat in de praktijk niet.

Gelukkig is Nederland traditiegetrouw veel te laat met het implementeren van Europese richtlijnen: we hebben dus nog wel even de tijd.