Verbied virtuele diefstal

De eerste virtuele boef is ingerekend wegens diefstal in het Habbo Hotel. Hij had meubels van een medebewoner gestolen. Is dat nu bij de wet verboden? Door Christiaan Alberdingk Thijm

Het was een knap staaltje speurwerk, de eerste opsporing van een virtuele dief. Actualiteitenprogramma Nova mocht bij de arrestatie zijn en dat leverde prachtige beelden op.

Wij bevinden ons ergens in een Vinex-wijk in Nederland, het is donker, bij een rijtjeshuis wordt aangebeld. Moeder die open doet, weet al meteen hoe laat het is. Smerissen, die mijn zoon komen inrekenen vanwege diefstal. "Die verdomde computer ook," verzucht ze. De zoon des huizes wordt gehaald. De crimineel is zorgvuldig door Nova afgebalkt. "Ga je mee?" vraagt de politieagent. Gelaten sloft de jongen achter de agent aan, hij mag nog even zijn jas halen.

Habbo Hotel

Ik kan mij zo voorstellen dat de dader bij de rechter spijt zal betuigen. Hij was verblind door zijn eigen inhaligheid, weet nu beter en zal het nooit meer doen. Voortaan zal hij gewoon zelf zijn eigen meubeltjes kopen in het Habbo Hotel in plaats van die te stelen van andere bewoners. De 17-jarige puber ging er met meubels ter waarde van zo'n 4000 euro vandoor.

Testcase

Het is voor het eerst dat iemand in Nederland wordt opgepakt voor virtuele diefstal. Het gaat om een testcase. De vraag is of virtuele diefstal wel wettelijk verboden is. Veiligheidshalve is de politie voor meerdere ankers gaan liggen. De beschuldiging luidt niet alleen diefstal, maar ook heling, computervredebreuk en vernieling.

Goed

Ons recht is niet technologieneutraal, dat wil zeggen, dat ons recht dikwijls geschreven is met een specifieke situatie in het hoofd. Bij diefstal dacht de wetgever aan het ontvreemden van een "goed", een fysiek product. Is een virtueel meubelstuk nu een goed? In het verleden is al uitgemaakt dat stroom wel een goed is, maar software niet. Het is dus een kwestie van definiƫren. Vallen virtuele meubels onder de definitie van een goed?

Klompen

Iedereen voelt natuurlijk op zijn klompen aan dat wat de virtuele dief heeft gedaan niet mag. Als er geen wettelijke bepaling kan worden gevonden op grond waarvan dit gedrag strafbaar is, dan zal de wetgever de wet moeten aanpassen. Dat is in het verleden bijvoorbeeld ook gebeurd om computervredebreuk te verbieden. Het is nu gedefinieerd als een vorm van huisvredebreuk, met inachtneming van de eigenaardigheden van computers en elektronische netwerken.

Online is niet offline

In 1998 verklaarde de wetgever dat alles wat offline geldt ook online moet gelden. Dat is een mooi uitgangspunt, maar zo eenvoudig is het niet. Online is dikwijls net even anders dan offline. Daar moet de wetgever rekening mee houden. Dat betekent dat hij soms wetgeving "op maat" moet maken. Het doet wat gekunsteld aan om de dief van computervredebreuk te beschuldigen, als wij het eerder als een vorm van diefstal beschouwen. Virtuele diefstal, wel te verstaan. En dat zou bij de wet verboden moeten worden.

NUwerk

Tip de redactie