Dierendag verpest

Onderwerpen genoeg deze week. Ik was al bijna halverwege met mijn column over de terugkeer van Hirsi Ali. Niet alleen signalerend maar ook probleemoplossend dit keer. Waar verstop je zo iemand? Door Nico Dijkshoorn.

Ik had al half en half een plan uitgewerkt waarin ze bij oude Talpa-medewerkers kon schuilen. Kijkt geen hond. De nieuwe interviewzender Het Gesprek, daar wilde ik ook wel over schrijven. Over de afgekeurde eerste uitzending waarin Frits Barend, vlak voor een spiegel, zichzelf 24 uur interviewt en steeds keihard om zijn eigen antwoorden moet lachen.

Had allemaal gekund tot ik op NU het volgende nieuws zag. 'Purperreiger bedreigd door komst windmolens'. Meteen alles laten vallen en doodstil aan een tafel gaan zitten. De purperreiger… Bedreigd. En dan ook nog eens door die stinkende windmolens.

Zover is het dus al met Nederland, dat een schitterend blank Nederlands dier als de purperreiger keihard uit zijn habitat wordt geschoven door een paar van die toeristenfuiken. Want laten we eerlijk zijn, molens, wat heb je daar nog aan?

Japanners

Ja, we laten ze nog wat draaien voor die veertig schele Japanners per dag die kraaiend van de pret staan te wuiven naar een fototoestel. Op zich al luguber. Je komt als Japanner terug bij je familie en laat de foto´s van Europa zien. Parijs. London. Een stukje Berlijnse muur. Indrukwekkend allemaal. En dan een foto van Nederland. Dertien Japanners in een klomp, met een boerenzakdoek om hun nek.

Ik heb een hekel aan molens. Zo makkelijk, de wind gebruiken om graan te malen. Doe dat met je voeten, in een donkere kamer. De Fransen, die begrijpen het wel. Die trappen druiven lekker naar God met hun blote poten. Vinden ze leuk. Nee, wij moeten weer iets met windmanagement doen. Want we zijn zo apart!

Maar daar kon ik op zich nog wel mee leven. Soms waren er voordelen. Hans Dulfer woont in een molen. Prima opgelost. Lekker laten ouwelullentoeteren naast een zak meel, zodat wij er geen last van hebben. Maar nu dus het rampzalige nieuws dat de windmolen de purperreiger bedreigt. Dat is de druppel.

Huisdier

Ik heb jaren een purperreiger als huisdier gehad. Prachtige dieren, waar je een enorme gevecht mee moet leveren voordat ze je vertrouwen. De eerste maanden heb ik doodsbang in mijn bed gelegen, met de reiger loerend op de rand van mijn bed. Meerdere malen in mijn wang gespietst omdat ik kikkerachtig gaapte.

Ik ben weken lang gillend van angst naar het toilet gehold met dat beest in duikvlucht achter me aan. Hij wilde alles wat in mijn huis bewoog meteen domineren. Vergat je dat even en juichte je na een doelpunt tijdens een voetbalwedstrijd op de televisie, dan hing hij alweer klapwiekend in je haar. Toen ik nog haar had. Tijdens het laatste EK heeft hij in een wedstrijd mijn hele kop kaal gevreten.

Maar er ontstond toch langzaam een band. We waren elkaar aan het aftasten. Zat ik aan tafel en dan vloog hij rondjes om mijn eettafel. Ik kreeg hem zo gek dat hij de post voor me uit de brievenbus wurmde. We werden steeds intiemer, Doris Jan en ik. Want zo heette hij. Voelde ik gewoon, dat het waarschijnlijk een oud-hockeyer in het lichaam van een reiger was.

Krabbé

Hij ging ook graag met me mee naar het theater en liet dan op geheel eigen wijze weten wat hij van de voorstelling vond. Hij is Jeroen Krabbé nog aangevlogen toen die Otto Frank speelde. Kwamen de Duitsers het toneel op, hing Doris Jan opeens woest rukkend aan het oor van Krabbé.

Hij was eerlijk. Oprecht. Een gouden reiger had ik er aan totdat ik met hem op vakantie ging, langs een windmolen reed en hij op de achterbank ineen zeeg. Dood, door een molen. Hij staat nu opgezet hier naast me, met het bekende dophoedje op zijn kop.

Doris Jan, die de kinderen altijd zo aan het lachen maakte. Allemaal voorbij door de molens. Daarom zeg ik: stop de molens, opdat de purperreiger, een parel onder de Nederlandse dieren, weer kan floreren en zijn liefde kan delen met de mens.

www.nicodijkshoorn.com

NUwerk

Tip de redactie