Volgens cijfers van het CBS kijkt bijna 70% van de bevolking meer dan 10 uur televisie per week. Welke zenders er te zien zijn, is dus belangrijk. Volgend jaar moeten de 59 programmaraden worden vervangen door het "co-reguleringsmodel". Het klinkt vaag en dat is het ook: de burger krijgt minder te zeggen over de inhoud van zijn kabelpakket. Door Remy Chavannes

Mediapolitiek heeft vaak meer te maken met het bewerken van de media dan met het bedrijven van politiek in eigenlijke zin. Het gaat niet zozeer om het uitoefenen van controle op de regering, het sluiten van compromissen of het ontwerpen van wetgeving: de mediapolitiek is bij uitstek een perkje om partijpolitieke plasjes in achter te laten, waar de mediaconsumerende achterban met een zucht van herkenning aan kan snuffelen.

Invalshoek

Dat geldt voor discussies over de inrichting van de publieke omroep en het al dan niet verbieden van die verderfelijke reality programma's. We zien het ook bij de vraag naar de manier waarop kijkers invloed kunnen uitoefenen op de inhoud van het kabelpakket. Wat voor het CDA een goede gelegenheid is om op te komen voor het maatschappelijke middenveld, is voor de PVV een originele invalshoek op het integratiedebat.

In april was er nog ophef over het advies van de Algemene Programma Raad (Amsterdam, Purmerend, Zaanstad) om RTL7 te vervangen door de Arabische muziekzender Rotana Music Europe. PVV-kamerlid Bosma vroeg minister Plasterk of die niet ook vond dat RTL7 in het basispakket moest blijven.

Van de knoppen afblijven

Plasterk legde hem rustig uit dat het niet aan hem was om te oordelen in individuele gevallen. Dat geldt ook voor Bosma zelf. Parlement en regering hebben een wet vastgesteld die programmaraden aanwijst om te adviseren over de inhoud van het basispakket. Dan moeten ze die programmaraden vervolgens rustig hun werk laten doen en zich niet bemoeien met individuele gevallen. Ga vooral eens in de zoveel jaar het functioneren van het systeem evalueren, pas het desgewenst aan, maar blijf tijdens de rit rustig zitten en blijf van de knoppen af.

Kamerlid Bosma vond dit het zoveelste bewijs van irrationele beslissingen van programmaraden, die wat hem betreft maar beter konden worden afgeschaft. Hij pleit voor een landelijk lichaam dat een basispakket garandeert van 20 zenders, waaronder in elk geval de 15 best bekeken zenders.

Polderig schijnbesturen

Nu wil het toeval dat er al meer dan een jaar wordt nagedacht over de 'modernisering' van de invloed van burgers op de samenstelling van het kabelpakket. In juni 2006 kondigde het kabinet, in reactie op een dik rapport over de toekomst van het mediabeleid, aan dat de programmaraden vervangen zouden worden door 'co-regulering'.

Co-regulering is voor sommigen de ideale mix tussen heldere regels stellen en burgers laten meedenken over hun eigen zaken. Voor anderen is de zoveelste vorm van polderig schijnbesturen door politici die geen verantwoordelijkheid nemen en geen verantwoording afleggen. In dit geval staat het voor een combinatie van representatief onderzoek naar kijkerswensen, een klantenpanel en betere voorlichting.

Meer praten, minder zeggen

Minister Plasterk jubelde vorige maand nog, in antwoord op vragen van CDA-kamerlid Atsma, dat het systeem van co-regulering voor alle partijen aantrekkelijk was. De werkelijkheid is dat burgers straks weliswaar over meer mogen meepraten, maar minder te zeggen krijgen.

De programmaraden hebben nu een bijna doorslaggevende stem in de samenstelling van het basispakket van 15 analoge zenders. Straks mag het klantenpanel over het hele analoge en digitale pakket een mening formuleren, maar mag de kabelaar uiteindelijk beslissen. Het systeem bevoordeelt 'makkelijke' zenders voor het grote publiek.

Massazenders

Het nieuwe systeem leidt dus vanzelf tot de door de PVV bepleite nivellering. En van de moeizaam opkomende concurrentie via nieuwe technieken (satelliet, DSL, digitale ether) hoeven we op dit punt niet veel te verwachten: marktaandeel verover je met massazenders, niet met nicheproducten.

Eind juni verscheen een interessant rapport over het nieuwe systeem, geschreven in opdracht van Kabelraden.nl, het landelijke steunpunt voor programmaraden. Het rapport analyseert de voor- en nadelen van het nieuwe model en legt de vinger op een de zere plekken: minder daadwerkelijke invloed van kijkers, minder ruimte voor minderheidsbelangen.

Het wetsvoorstel ter invoering van het co-reguleringsmodel wordt nog dit jaar verwacht. Het is te hopen dat de media-enthousiaste kamerleden zorgen voor daadwerkelijke invloed van burgers in plaats van vrijblijvend meebabbelen - en dat zij het nieuwe systeem vervolgens een paar jaar met rust laten.