Vooral Duits, klassieke talen, economie en de bètavakken leveren problemen op. Er zijn nog maar weinig hoogopgeleide jongeren die docent willen worden. Ze kiezen liever voor beroepen met meer status en waarmee meer geld te verdienen valt. Door Anno.

Ook vroeger was orde houden in een klas vol pubers een kunst. Sommige leraren pakten de leerlingen heel streng aan, anderen gaven boeiend les. Er waren ook docenten waarbij het misging. Dan vlogen de proppen door de lucht of begon het geklets zodra de leraar zich omdraaide.

Toch kreeg de leraar meer respect. Zelfs de brutaalste leerlingen haalden het niet in hun hoofd om docenten tegen te spreken. En wie zijn leraar op straat tegenkwam, nam beleefd zijn pet af.

Autoriteit

De leraar werd gezien als een autoriteit, te vergelijken met een arts of advocaat. Het docentschap was tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw alleen bereikbaar voor gegoede burgers en doorzetters. Als je leraar wilde worden, moest je een kostbare universitaire studie volgen en jarenlang blokken om het juiste diploma te halen. Er waren maar weinig arbeiderskinderen die zo lang konden doorleren.

Sinds 1969 zijn jongeren langer leerplichtig. Ook konden steeds meer kinderen uit lagere sociale klassen een goede opleiding volgen. Het werd makkelijker om docent te worden. En doordat er veel meer leerlingen kwamen, waren er meer leraren nodig. Het aanzien van de geleerde docent daalde: zijn beroep was te gewoon geworden.

Salaris

Toen in de jaren negentig ook het salaris relatief achterbleef bij andere beroepen, werd het leraarschap minder en minder aantrekkelijk. Hoogopgeleide jongeren kiezen steeds vaker voor het bedrijfsleven, dat meer geld en status met zich meebrengt.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.