100 jaar geleden werd in Engeland de scouting opgericht . Al snel raakten ook Nederlandse jongens in de ban van het padvinden. En in 1937 liep zelfs de hele Nederlandse bevolking warm voor de scouts. Door Anno.

Begin twintigste eeuw maakte Lord Baden Powel de Britse scoutingbeweging groot. Het jongensspel van kompaslezen en kamperen verspreide zich snel over de wereld. Vanaf 1910 verkenden de eerste Nederlandse jongens hun polderland.

In het boekje 'Op! Hollandsche jongens, naar buiten' kregen zij advies over het stoken van een vuurtje en het bouwen van een vlot: alles wat een jonge scout wilde weten stond beschreven.

Sceptisch

In de eerste jaren keek Nederland sceptisch naar de opvallende scouts. 'Padvinderij, opschepperij', werd regelmatig gerijmd. Maar toch werd in 1937 bij het Noord-Hollandse Vogelenzang een vierjaarlijkse internationale bijeenkomst voor scouts georganiseerd.

Tijdens de opening van deze Wereldjamboree marcheerden bijna 30.000 uit 54 landen langs koningin Wilhelmina en Baden Powell. De Nederlandse kranten schreven volop over het evenement. Op de radio werd een speciaal geschreven lied grijsgedraaid: 'In negentien-drie-zeven, dan zal je wat beleven. Dan zingen scouts uit Labrador, Japan en Alkmaar, op 't Nederlandsche grondgebied heel vrolijk met elkaar!'

Bernhard

Nieuwsgierig namen veel Nederlanders een kijkje in Vogelenzang. Ook Juliana en Bernhard kwamen langs. Een leider van de scoutingafdeling van zeeverkenners schreef: "En daar komen prins Bernhard en prinses Juliana de kampvuurplaats binnen stappen! Het enthousiasme tart elke beschrijving. Alles vliegt omhoog en minutenlang is het een donderend gejuich."

Het was Bernhard allemaal uit het hart gegrepen: hij werd beschermheer van de scouting, en bleef dat tot 1989.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.