Het 'restrictieve' Nederlandse kansspelbeleid leed deze week een gevoelige nederlaag. De Raad van State, de hoogste rechter in bestuurszaken, oordeelde dat het gesloten Nederlandse systeem, waarbij alleen de bestaande vergunninghouders loterijen mogen opereren, niet meer kan. Hoe nu verder, vraagt Remy Chavannes.

In de gokwereld woedt al jaren een felle politieke en juridische strijd. De meeste Europese regeringen verdedigen nationale monopolies die worden gerechtvaardigd met een beroep op de bescherming van het publiek tegen criminaliteit en verslaving. Het is strafbaar om zonder vergunning een kansspel aan te bieden - of zelfs maar aan te prijzen - en er worden geen nieuwe vergunningen verleend. Een 'restrictief' kansspelbeleid heet dat.

Hoezo restrictief

Tegelijkertijd besteden de gevestigde aanbieders (in Nederland partijen als Holland Casino, Staatsloterij en Bankgiroloterij) steeds meer geld aan reclame, introduceren zij nieuwe spelletjes, openen zij nieuwe vestigingen en zetten zij hun eerste stappen op internet. Hoezo restrictief?

Volgens nieuwkomers als Unibet is het beroep van nationale regeringen op de 'beteugeling van goklust' en 'bescherming tegen criminaliteit' niet meer dan een smoes. De nationale loterijen zijn vaak eigendom van de staat en betalen ook nog eens een forse kansspelbelasting. Regeringen verdienen miljarden aan hun 'restrictieve' kansspelbeleid.

Gokarresten

Gezien de financiële belangen is het geen wonder dat er veel geprocedeerd wordt over het al dan niet opheffen of versoepelen van nationale beperkingen op het aanbieden van kansspelen. De nationale monopolies zijn vaak wettelijk vastgelegd, zodat nieuwkomers hun juridische wapens uit Europa moeten halen. De 'Brusselse kaart' is in dit geval het recht op vrij verkeer van diensten, een van de basisregels van de Europese interne markt.

Het Europese Hof van Justitie heeft in een reeks gokarresten vastgesteld, dat lidstaten een restrictief kansspelbeleid mogen voeren om te beschermen tegen onder meer gokverslaving, fraude en criminaliteit. Het Hof stelt wel eisen, waaronder "dat deze beperkingen ertoe moeten bijdragen dat de activiteiten met betrekking tot weddenschappen op samenhangende en stelselmatige wijzen worden beperkt." Dit is de 'geschiktheidstoets', in de praktijk wel bekend als de hypocrisietoets. Daarnaast is er nog een proportionaliteitstoets: gaan de nationale restricties niet verder dan nodig om het beoogde effect te bereiken?

Het roer gaat om

Het Nederlandse kansspelbeleid heeft deze toets tot op heden over het algemeen doorstaan. In maart oordeelde de Raad van State nog dat de Minister van Justitie met recht had geweigerd een casinovergunning te verlenen aan een Franse nieuwkomer.

Maar vorige week ging het roer om in een zaak die was aangespannen door Duitse loterijaanbieder Schindler. De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom hij Schindler geen vergunning had gegeven.

Een nieuwe Brusselse kaart

De Raad van State wijst in zijn uitspraak op de veelvuldige reclame voor loterijen, de uitbreiding van het aantal trekkingen en de plannen van de regering om Holland Casino ook een vergunning te geven voor internetgokken. In dat licht is moeilijk uit te leggen waarom, naast de bestaande loterijen, niet plaats zou kunnen zijn voor nog een aanbieder.

Daarnaast constateert de Raad van State dat de vergunningen van de vergunningen van een aantal gevestigde loterijen weliswaar om de vijf jaar verlengd moeten worden, maar steeds aan dezelfde partijen worden verleend, zonder aanbesteding. Dat is een nieuwe Brusselse kaart.

Minister Hirsch Ballin van Justitie moet nu opnieuw beslissen over de vergunningaanvraag van Schindler. Hij zal onder grote druk staan, van de gevestigde partijen én van zijn collega van Financiën, om nieuwkomers te blijven weren. Maar de uitspraak van de Raad van State maakt dat moeilijk. De minister zal moeten uitleggen waarom er niet nog een vergunning bij kan. En waarom er geen aanbesteding hoeft te komen als de vergunningen van de bestaande partijen aflopen.

Kiezen

De minister zal uiteindelijk moeten kiezen. Ofwel Nederland moet daadwerkelijk een restrictief beleid gaan voeren en hanteren, daadwerkelijk gericht op de 'beteugeling van goklust'. Dat betekent veel minder aanbieders, reclame, trekkingen en vestigingen. Gokken alleen voor de echt gokverslaafden. Casino's even flitsend en aantrekkelijk als een methadonbus, met vaste spuitomruiltijden.

Of de minister kiest eieren voor zijn geld en ontwerpt een transparant, open systeem. Daarin zijn kansspelen nog steeds onderworpen aan strenge vergunningvoorwaarden die het publiek beschermen tegen verslaving, fraude en criminaliteit, maar gelden voor iedereen dezelfde regels en hebben alle serieuze partijen een eerlijke kans om een vergunning te krijgen. Of de minister daarvoor kiest? Ik zou er geen geld op zetten.