Bij de introductie van de iPhone blijven de telecom-spelers netjes naar elkaar. Dat ging bij het eerste gevecht tussen Amsterdamse aanbieders wel anders. Door Anno.

Het eerste Nederlandse telefoonnetwerk uit 1881 had 49 abonnees. Deze mensen belden via de Bell Telephoon Maatschappij met elkaar. Dit bedrijf had in Amsterdam een monopoliepositie tot 1895 bedongen. Halverwege de jaren negentig nam de gemeente Amsterdam het netwerk over. De gemeente bood Bell 200.000 gulden voor het dradenwerk, maar dat sloeg de telefoonmaatschappij af.

Daarop begon Amsterdam met de bouw van een eigen netwerk, maar dat kon onmogelijk voor september 1895 klaar zijn. Bell leverde zijn diensten daarom nog 1 jaar extra aan de hoofdstad. Maar in ruil daarvoor dwong het bedrijf een weddenschap af: als het gemeentenetwerk niet voor 1 november 1896 klaar was, ontving Bell een 'schadevergoeding' van 250.000 gulden.

Bell-directeur Henri Hubrecht hoopte natuurlijk dat de gemeente niet zou slagen. Maar de aanleg ging zo vlot, dat hij de boel besloot te saboteren. 's Nachts knipten Hubrechts handlangers de overdag aangelegde draden door. Draden die over grachtjes waren gespannen, kregen een creatieve behandeling: op een boot bouwden zij een hoge mast, met in de top een mes. De gemeente kon hier niets tegen doen: er waren geen regels voor maximale mastlengtes. Uiteindelijk besloot de gemeente de draden te begraven.

Saboteren

Ondanks alle tegenwerking was het gemeentenet precies op tijd klaar. De eerste telefonieoorlog in Nederland werd door Bell verloren. Het bedrijf vertrok dan ook meteen uit Amsterdam.

De column Anno NU geeft wekelijks een stukje geschiedenis bij het nieuws. Reageren? Ga naar www.anno.nl.